vrijdag 15 december 2017

Het “Cogito ergo sum” van René Descartes

Ik zat wat te googelen op het begrip 'solipsisme' en kwam daar wat uitspraken van Descartes tegen, die volgens een scribent bewees dat Descartes gelijk had dat het denken de voorwaarde was voor ons eigen bestaan. Of er anderen zijn dat kunnen wij nooit bewijzen. Maar ook in dit artikel zag men een veel belangrijker inzicht over het hoofd. En daar wil ik het deze keer over hebben. Lezers van mijn voormalige Chakraplein zullen het wellicht herkennen.

Een citaat van Descartes:

"Ik had allang beseft dat men, bij het handelen, zich vaak moet houden aan meningen waarvan men weet dat ze onzeker zijn, hoewel men moet doen alsof ze ontwijfelbaar zijn, ( ….…) ;
maar omdat ik mij uitsluitend wilde wijden aan het zoeken van de waarheid, meende ik nu juist het tegenovergestelde te moeten doen en al datgene, waarin ik mij iets twijfelachtigs kon voorstellen als volstrekt onwaar te moeten verwerpen, teneinde na te gaan of daarna nog iets zou overblijven, waarvan ik mocht geloven dat het absoluut onbetwijfelbaar zou zijn.
Zo besloot ik, omdat onze zintuigen ons soms bedriegen, te veronderstellen dat niets is zoals het ons door de zintuigen wordt voorgespiegeld. En omdat sommigen zich vergissen bij het redeneren, zelfs als het gaat om de meest eenvoudige meetkundige problemen, en fouten maken, en ik meende dat ook ik mij kon vergissen, verwierp ik - als onwaar - alle redeneringen die ik daarvòòr als geldige bewijzen had beschouwd. En tenslotte, overwegend dat alle gedachten, die wij hebben als wij wakker zijn, ons op dezelfde wijze ook kunnen overkomen wanneer wij slapen, zonder dat er dan één bij is die waar kan zijn, nam ik het besluit, te doen alsof alles waarvan ik mij ooit bewust was geweest, niet meer waarheid bevatte dan wat ik op bedriegelijke wijze droom.
Maar onmiddellijk daarop besefte ik dat, terwijl ik aldus wilde menen dat alles onwaar is, het noodzakelijk was dat ik die dat dacht, iets was.
En beseffend dat deze waarheid : Ik denk, dus ik ben  zo sterk en zo zeker was dat zelfs de meest buitensporige veronderstellingen van de sceptici niet bij machte waren haar aan te tasten, meende ik dat ik haar zonder enig bezwaar kon beschouwen als het eerste uitgangspunt van de filosofie dat ik zocht."
René  Descartes,  Discours de la méthode
Bron:http://home.hetnet.nl/~herakleitos/Kennistheorie/Descartes.htm
Ja, en zo is het dus niet. Descartes vergat naar de bron van het denken te kijken. Wij zijn niet de denker. Op deze blog ga ik daar een aantal keren diep op in. Wij zijn niet de denker, want wie is het die deze conclusie trekt? De denker? Ik neem mijzelf waar, de denker neemt de denker waar.......het subject dat het object waarneemt zou dus gelijk zijn aan het object. Dat kan dus niet. De denker, het denken kan niet aan zichzelf ontstijgen om zichzelf waar te nemen. Het denken denkt, en het kan niet zien, voelen of horen. 

Het denken is een functie (van woorden, zinnen), waarmee wij ons innerlijk en uiterlijk leven, dat wij kennen door onze zintuigen,  kunnen organiseren. We benoemen objecten en gebeurtenissen. Zo ontstaan woorden met een min of meer erkende betekenis (vaak ook niet...). Die woorden vormen de taal, waarmee wij kunnen communiceren, tenzij de ander andere woorden voor onze objecten gebruiken....De ander spreekt dan een ander taal. Dan moeten wij ons redden met handen en voeten en door steeds harder te gaan praten.... Wat zinloos is. Wij staan met een mond vol tanden.

Het denken is dankzij die woorden de organisator van ons geheugen. Het denken denkt als functie de toekomst te kunnen voorzien. Maar dat is allemaal niet zo. Het denken kan alleen werken met reeds gekende woorden en gekende betekenissen. Met het totaal nieuwe, het totaal onbekende, weet het geen raad. 

Het denken is niet de laatste, de primaire instantie in ons, van ons. Het denken kunnen wij niet gelijkstellen aan ons 'zijn', ons leven.

Besef wat dit in houdt. Wij zijn niet het denken, wij zijn niet de persoon. Wij zijn datgene wat het denken kan waarnemen. En de waarnemer kan nooit gelijk zijn aan dat wat het waar neemt*). Wanneer het denken stopt is er altijd een blijvende aanwezigheid die dat waar neemt. Ergo, wij blijven bestaan, ook zonder denken.

Wij zijn de waarnemer van het denken, van het gegoochel met woorden, van 'onze' emoties en beelden. Alles wat wij zien komt en gaat. Alleen de waarnemer of liever; het waarnemen blijft altijd -verborgen- aanwezig.

Verborgen omdat wij de waarnemer in onszelf (en bij de ander) niet kunnen zien, voelen of ervaren. Wij zijn het waarnemen zelf. Wij zijn niet het gedoe van de wereld, van de processen van opkomst en ondergang. Wij zijn niet het geboren worden en sterven. Wij staan 'daarbuiten' en kijken toe. Hoewel 'daarbuiten'.... Wanneer je de ommekeer (de be-kering) hebt gemaakt, al is het maar even geweest, dan weet je dat alle gebeuren van de wereld in jou plaatsvindt. In Jou, niet in jouw persoon, niet in Jantje of Marietje, maar in jou als de immer Aanwezige, als de immer Onvindbare. 

Kijk maar eens nu -op dit ogenblik dat je dit leest- aandachtig naar het beeldscherm, bekijk het apparaat zelf, en dan wat er op staat, deze woorden, de kleuren, de afbeeldingen en richt dan in één keer je aandacht op datgene dat naar het beeldscherm kijkt. Jij....ik.... En ervaar hoe het beeld ineens verschuift. Ervaar wat het met je doet.... Ervaar hoe het gevoel van het waarnemen verandert. Zie hoe het beeld ook verandert. 

Want jij bent ruimte, openheid, geen vast punt in de ruimte, aanwezig, doch ongrijpbaar.....

Je bent het mysterie zelf!
 
*) Uiteindelijk zal blijken dat er geen onafhankelijke waarnemer en het (los daar van) waargenomene zijn. Er is alleen waarnemen, zien, zijn. Alles is Een. Niets iets, dat een ander iets ziet. Het 'iets' wat geacht wordt te zien, blijkt onvindbaar. Achter het zoeken, achter het zien is niets. Het zien kan niet in zichzelf zien. Dat wat gezien wordt kan slechts bestaan bij gratie van zien. 
Zonder zien is er voorts geen weten van bestaan van het geziene. Zien en iets zien treden tegelijk op.   
Aangezien er ook niemand is die ziet, is er alleen Zien.  

vrijdag 27 oktober 2017

Nondualiteit




Wanneer het denken ofwel de persoon het kennen in zijn centrale positie wil ontkennen zal het zijn eigen positie centraal stellen. Ik ben hier de baas. Ik doe het. Ik slaap, ik wordt wakker, ik eet , ik loop etc etc.

Maar dit alles wordt dus moeiteloos en niet-intentioneel ofwel automatisch gekend.

Het ik of het ego kan niet bestaan zonder dit kennen ofwel dit bewustzijn.
Zodra het ik zijn dominante positie bedreigd ziet zal het proberen het kennen ofwel te ontkennen of wel trachten het te sturen.

Maar het kennen is geen functie dat de persoon ten dienste staat. Bewustzijn Is er. En zonder dat is er niets of is er geen weten van iets.

Ook wanneer je dit allemaal ontkent, wordt dit onmiddellijk gekend (ofwel gezien of waargenomen)

Je kan je niet meester maken van dit kennen door het te ontkennen.

Ook het ontkennen wordt gekend.

En waarom is dit alles van groot belang bij het kunnen begrijpen van de spirituele weg die moet leiden naar Zelfrealisatie?

Waarom kan het kennen (al worden er vele namen aan gekoppeld) niet ontkend worden? Omdat het er altijd is. Je weet dat je bent, dat je bestaat, omdat je weet dat je bestaat. Dat is onontkenbaar. Je kan nooit weet hebben van jouw bestaan als er geen kennen is, zoals bij de droomloze slaap of bewusteloosheid.

Het kennen is geen vorm, geen fenomeen. Geen object, geen hoedanigheid. Het is geen eigenschap van iets of iemand anders. Je kan het je niet toe-eigenen.

Het is het leven of het zijn zelf, welk begrip er ook aan wordt vastgeplakt. Je verschijnt en verkeert er in. Het is het ultieme, het ene subject, het onzichtbare en ongrijpbare noumenon.


Heb je eenmaal ingezien of (minder) begrepen dat alles wat je denkt te zijn en denkt te doen immer automatisch gezien ofwel gekend wordt, kan je de kenner nooit claimen als jouw eigen ‘ik’ die zich met vrije wil kan ontfermen over ‘jouw’ leven.

„Ik leef niet mijn leven maar het leven leeft mij“ zei ooit een zenmeester.

Alles wat je meemaakt en ziet hoort ruikt proeft en voelt verschijnt in bewustzijn ofwel in onpersoonlijke kennen.

Kennen kan je niet kennen of herkennen omdat je dit in diepste wezen Zelf bent. Het blijkt het Uiteindelijke te zijn dat gezocht wordt. Het Onveranderlijke, het Tijdloze, het Ruimteloze. Het is er, maar is er nooit als een te vinden fenomeen. Duidelijk is dan gelijk dat het kennen nooit gevonden kan worden vanuit het gekende. Het object kan zijn subject nooit kunnen kennen.

De relatie is altijd omgekeerd en ten laatste zal zelf het onderscheid tussen kenner en het gekende verdwijnen. Het noumenon staat dan niet meer tegenover het fenomon. In non-dualiteit, wat in feite niets is, bestaat geen enkel onderscheid meer. Daar is ook geen taal meer en zonder concepten valt er niets meer te duiden of toe te lichten. Er heeft dus ook niemand toegang toe, want het is je wezenlijke natuur. En zelfs deze woorden kunnen het niet duiden. Het is ook niet elders, maar altijd hier, waar geen tijd of ruimte bestaan.

Dus alle pogingen om nondualiteit te willen gebruiken als een middel tot verheffing of verbetering van het persoonlijk leven zijn gebaseerd op een totaal onbegrip van wat non-dualiteit in houdt.

Zelfrealisatie kan nooit iets persoonlijks zijn. Het is de realisatie van het Zelf dat het zich abusievelijk gecommitteerd heeft aan de persoon, dus aan een tijdelijke verschijning.

En door dit onmiddellijk te zien is dat probleem opgelost.

Bewustzijn is tijd- en ruimteloos en nooit van of als een iemand.




.




dinsdag 10 oktober 2017

. . .

. . .


Het is weer tijd voor een nieuwe toelichting. Wat op zich al weer onzin is. Er is helemaal geen tijd. En toelichting op wat en door wie en voor wie?

Het zogenaamde ‘Ik’ lijkt al weer decennia bezig met het onderwerp Zelfrealisatie. Eerst als oriënterende en stuntelende zoeker, daarna -'mijn' weg in de a-Dvaita gevonden te hebben- met de vraag hoe en wat. Eerst ben ik zelf aan de slag gegaan met mediteren en invoelen. Ik ging wat satsangs bezoeken en ik heb een diploma gehaald als chakratherapeut. Ik kwam daar al snel achter dat het met anderen ‘voelen’ of `waarnemen’ van energieën (chakra’s, aura’s, nadi’s), er spontane reacties kwamen vanuit een mysterieuze bron. Wie of wat is die bron? Die bron viel niet te lokaliseren noch in mijn omgeving noch in mijzelf. Het leek op een oneindige leegte, waar begrippen als ruimte, tijd, hier,daar, mijn, anderen e.d. feitelijk geen enkele betekenis hebben. Er waren geen grenzen, dus ook geen binnengrenzen, dus ook geen centrum, dus ook geen hoedanigheden ofwel er viel niets te verwerven door een iemand. Ik bleek datgene te zijn (en niet samen te vallen met!) wat ik zocht, maar kon daarom niets vinden. Er bestond helemaal geen ik en wat anders.

Daarmee verviel ook het zoeken door ‘mij’ als die onvindbare iemand naar iets dat die ‘mij’ zou bevrijden en/of verlichten.

Maar zelfs dit verhaaltje van een iemand over die zoekende iemand is onzin. Ik ben de zoeker niet, maar dat wat ik en iedereen en alles in wezen alleen maar is. Puur onpersoonlijk gewaar zijn. Dat ben je al, dus wat is het nut van zoeken?

En alle gehanteerde concepten in deze laatste zin, zijn dus ook weer onzin. Wat Is kan niet gekend worden. Het is Kennen zelf. Je weet dat je bent en je hebt geen bewijzen nodig dat je bent. En wat is het nut van zoeken dan naar wát je bent? Je zoekt alleen maar bewijzen, omstandigheden, eigenschappen, hoedanigheden...... Je wilt iets te pakken krijgen, maar je tast in Leegte. Je zoekt naar dingen die nu niet zijn. Naar verhaaltjes uit het zogenaamd geheugen. Maar dat kan alleen maar heden gekend worden. Wat gebeurt dat gebeurt. Verzet je er tegen is dat wat er gebeurt. Doe je niets, dan is dat wat er gebeurt. Wat is, is alleen maar dit wetende moment.

Er is niemand om te realiseren
Er is namelijk niemand
En er zijn geen anderen anders dan tegenwoordigheid, maar vergeet de woorden
Je bent wat altijd is en ga het dan niet bewustzijn of geest of Dat noemen
Dat zijn allemaal labels die nergens op te plakken zijn.
Alleen Stilte kan je vertellen wat het is door wat het is en wat je dus bent, n.l. Stilte.

En wederom: benoem het niet.
Want dan is er weer een iemand met een mooie conclusie.

vrijdag 22 september 2017

Sprakeloosheid




Na mijn vorige stukje valt er niet veel meer te vertellen.

Misschien schrijf ik nog wat over het hoe.

Nu, gelijk dan maar.

Er is in feite geen hoe. Na jaren van lezen en satsangs bezoeken zal de gemiddelde zoeker ‘het’ niet bereikt hebben. Zo langzamerhand ontplooit zich het intuïtieve inzicht dat juist het zoeken de fout in deze is. En dat geldt ook voor het doel van het zoeken.

In ander stukken heb ik dat al vaker uitgelegd. De zoeker is altijd het duale denken. En dualiteit kan nooit en te nimmer nondualiteit begrijpen. Het komt er uit voort en niet omgekeerd.

Nondualiteit is het einde van een iemand dat wat (heel veel) voor zichzelf zou willen bereiken, verlichting, een leven in bliss, Zelfrealisatie e.d.

En Zelfrealisatie is geen opmaat voor een 'iemand' voor een beter mens, een betere therapeut of een betere manager te worden.

Het gaat er om te weten wat je werkelijk bent. En dat kan je alleen in jezelf vinden. Maar ja...taal verwart alleen maar. Er blijkt n.l. geen ‘je’ te zijn die ‘iets’ kan vinden. Dan verkeer je louter in bedachte constructies.

Je zult door en door door moeten hebben dat ‘je’ als persoon niets intentioneels kan doen om jezelf te bevrijden van je duale (verdeelde en tijdelijke) zelf.

En - o ironie- je bent altijd al het Zelf. Alleen dat Zelf is volkomen eenheid, waar niets binnen of buiten, los van ZichZelf, kan functioneren. En het begrip functioneren bevat al weer de opvatting van tijd.......dualiteit dus.

In Eenheid (niet twee) kan niets los van iets anders bestaan. Daarmee is ook de rol van taal en dus denken opgelost. Er is geen richting, geen tijd, geen vorm, geen tijd, geen ander, en dus ook geen ...’Ik’

In de literatuur kom je dan begrippen tegen als een vormloze, het spoorloze, Leegte, Stilte.. Maar nooit kan een ‘iemand’ ‘iets’ vinden dat afwezig is en toch op dit Ene Tijdloze Moment (wat ook maar een verwarring scheppend concept is) een ogenschijnlijke vormenwereld presenteert.

Maar ja, dat gaat dus allemaal zonder taal, zonder tijd en zonder vorm.

Het is zoals Huang Po het vergeleek dat wanneer je het zonlicht wil pakken dat onmogelijk is. Wat je ook doet, het gaat niet. En wil je van het zonlicht af, je kan rennen wat je wilt, het blijft bij je.

Dat geldt dus ook voor het onvindbare maar altijd tegenwoordige bewustzijn. En met het woord bewustzijn kan niets gezegd worden over wat dat dan is. Je kan nooit een positie innemen ten opzichte van het Gezochte omdat te schouwen. Je bent Het, maar niet de lezer hier en dan toch ook weer wel.

Er valt dus niets te doen. Je hebt als duale constructie geen middelen. En ga je wachten op de uiteindelijk intuïtieve bevrijding, dan ben je weer met een doel en met tijd bezig. De illusie van deze wereld.

Er valt alleen nog maar totaal en radicaal opgeven van alle zoeken.

Maar niet als truc.







maandag 4 september 2017

Zelfrealisatie



Eigen foto


Zelfrealisatie is iets wat niet uit te leggen valt, want het geschiedt in/als vormloos weten van nie(t een ie)mand.

Want wat wij dan het Zelf noemen is niet een ding, geen iets, geen ervaring.

Het is de totale afwezigheid wat wat dan ook en toch is er weten.

Je ziet het of je ziet het niet.

En als ‘je’ het ziet is ‘je’ verdwenen.

Er is alleen onpersoonlijk weten.

Wat ook weer geen kennis vereist (of is).

Het kan dus ook geen ervaring zijn, want dan zou er weer een ervaarder moeten zijn van iets dat buiten de ervaarder bestaat. En daarom kan het ook niet bereikt worden.



„Ik weet dat ik weet“ is dan ook iets anders dan „Ik zie de boom“

In „ik weet dat ik weet“ duiden de vijf gebruikte concepten op één realisatie welke geen woorden vereist.

„Ik ben dat ik ben“

Ik ben wat is, en dat ‘ik’ en dat ‘ben’ zijn één ofwel niet-twee


De woordeloze realisatie is dat wat je bent.. Het is  

Het beweegt niet, het ontwikkelt zich niet, het kent geen tijd en het kent geen eigenschappen.

Het is een woordeloos weten van zijn

En daar is geen eigenaar van dat zijn, daar is geen aparte waarnemer van zijn

Dat zijn is woordeloos wat is


Je weet dat je weet en er is geen ‘je’ en geen ‘weten’ waar concepten nodig zijn om dat te bevestigen .. aan wie?

Heel dit stukje is dus in zelf verwijderende inkt geschreven. Alle letters die woorden vormen hierboven moeten ontkend worden.


Het duale denken kan dit dit niet be-grijpen. Dat heeft concepten (klanken) nodig om iets te begrijpen, maar wat heb je daar aan in wat geen woorden kent? En die 'je' bestaat niet apart van wat anders.

Er is een ervaren en tegelijk niet ervaren van grenzeloze ruimte, waar ook die ruimte niet gezien wordt door iets anders dan wat het zelf is.

Dus zolang je de waarnemer bent van iets wat zich aan je voordoet kan dit nooit Zelfrealisatie zijn.

Er is dus geen iemand, geen ‘ik’ of ‘mijzelf’ die weet heeft van bestaan van vormloosheid (lege ruimte, niets, afwezigheid) en toch is er weten van zijn, waar het concept ‘zijn’ ook geen betekenis boven het directe weten heeft.

Dat wat je (en ieder-Een) bent (of is), is kennen van kennen zonder dat apart te kennen hoedanigheden bestaan.

Ruimte is geen ruimte in de zin dat er een hoedanigheid als ruimte of niet-ruimte bestaat. Alle concepten moet je vergeten.

Er zijn geen grenzen waarneembaar, er is alleen waarnemen zonder dat hier een intentie achter aanwezig is. Wat is is.

Binnen of buiten bestaat dan ook niet, dan zouden er weer concepten moeten zijn, die dan tegelijkertijd weer tweeheid of onderscheid scheppen.

Dus is er geen mij en jou, of mij en mijn plaats in het geheel

Er is alleen totaliteit (niet tweeheid) van het enkel zijn.

Wat nooit ‘iets’ dat te onderscheiden is kan zijn.

Al dat wat hier boven staat, weet je zonder ook maar één enkel woord nodig te hebben,

En wil je dat uitleggen ben je weer in tweeheid van een ik en een ander.





vrijdag 21 juli 2017

Zoeken


Eigen foto.


Aan het einde van het spirituele pad kijk je om je heen en realiseer je je dat je nog steeds op dezelfde plek bevindt als wanneer je begon met het pad op te gaan.

Er is maar één ding (on-ding) dat nooit verandert: het weten dat je bent, dat je bestaat en de rest van alle indrukken, van alle concepten, van alle verhalen en beloften en wonderen zijn tijdelijk, veranderlijk, zinloos en onwaar gebleken.

Dat wat als onveranderlijk is overgebleven is onontkenbaar maar onkenbaar. Je hebt je decennia met concepten bezig gehouden, met theorieën, met discussies, met raadsels en al dat gezoek en gediscussieer werd allemaal stil waargenomen. Ook de zoeker, elke gedachte, elke emotie was kenbaar.

Het ontkennen er van ook.

En dat wat alles kende, bleek niet niet te doorgronden te zijn. Ja, je kan er van alles over bedenken en theoretiseren, maar ook dat zijn weer bouwwerken van gedachten.

En alles wordt automatisch gezien.

Door wie of wat?

Je komt er nooit achter: je bent het, maar niet in een herkenbare vorm. Je kan geen tweede ‘je’ scheppen, die jouw werkelijke ‘je’ kan waarnemen. Of zoals een Zenmeester het zei: je kan geen tweede hoofd op jouw hoofd zetten om jouw eerste hoofd te zien. Je bent het enige wat onvindbaar is en dat was je nu net aan het zoeken.

Het zoeken leert je alleen dat het zoeken uiteindelijk van den beginne af zinloos is geweest.

Alle vormen verschijnen en verdwijnen aan je, maar het waarnemen is tijdloos en leeg. Ook wanneer een waarneming wordt ontkend of afgewezen, het wordt gezien.

Op dit punt aangekomen ben je in feite klaar, maar het denken zal allerlei spelletjes uithalen om je weer te doen geloven dat jij als de denker aan het roer staat.

Vergeet het maar. Alle sprookjes zijn entertainment maar dragen niet de Waarheid van de tijdloze (en dus ruimteloze) bewuste tegenwoordigheid, die je werkelijk bent. Dus je bent niet die zoekende persoon, maar dat waardoor en waar in dat zoeken allemaal plaats vond.

Het dichtste kom je er bij wanneer je alle begrippen laat vallen. Dus dan ook alle! Al is het maar voor even.

Je bent. En je = ben =

Wat blijft over? Bewuste aanwezigheid en gooi ook deze concepten in de prullenbak.

Ervaar wat overblijft!

zaterdag 8 juli 2017

Over de grens van het kenbare





'Eigen' ontwerp R. Ek



Vanaf het moment dat je weet dat er geen objectief waar te nemen 'zelf' van je zelf is waar te nemen, maar dat jouw persoon (de combinatie van denken, voelen en lichaam) de hele dag moeiteloos & keuzeloos (onpartijdig) wordt waargenomen, is er in feite sprake van ontwaken. Maar ja...wat zeggen woorden en begrippen?????

De 'gedachte' hoofdpersoon in jouw leven is niet de essentie van 'jouw' leven, maar het het Zien of Kennen daar van is dat.

De vraag 'wie' leeft dit leven kan niet anders beantwoord worden dan 'door niemand of niets.' Er valt immers niets of niemand te zien, die op zijn beurt niet door wat 'anders' gezien kan worden. Er gaat niets aan Mij vooraf. Ik ben Tijdloos en heb geen plaats in Ruimte.

Het idee een vrije wil te hebben komt altijd vanuit de vorm, de persoon, maar ontwaken is in mijn eigen het diepe besef en ervaring ofwel het onomstotelijk weten dat je louter zuiver onpersoonlijk bewustzijn bent, en dat niet via deze concepten, maar via de feitelijkheid van de onomstotelijkheid van het tijdloze bestaan (zowel het werkwoord als het zelfstandig naamwoord).

Dan is er ook de realisatie dat wat ont-dekt is er altijd al was. Zonder bewustzijn was er immers nooit een weten geweest van het 'dagelijkse' leven van de hoofdpersoon in het panorama van vormen en gebeurtenissen waarin je elke dag (en 's nacht in dromen)wakker wordt.

Het bewustzijn zit niet meer als onderdeel van de 'eigen' persoon maar in de onkenbare maar kennende tegenwoordigheid die onveranderlijk en keuzeloos Tegenwoordig is.

De beroemde zin: "Niet ik leef het leven, maar het Leven leeft mij" verraadt nog steeds een oriëntatie vanuit het objectieve (als object waar te nemen)'mij', de persoon, het ego. 

Het standpunt komt niet vanuit de persoon maar vanuit wie je echt bent. Het keuzeloos zien of gewaarzijn. Maar geen begrip kan dit dekken.

Maar wie kan dat kapittelen? Want er zijn geen echte zelfstandige 'anderen' buiten jou (als het Ene, ondoorgrondelijke bewustzijn).

Er is alleen bewustzijn en de voormalig hoofdpersoon is gereduceerd tot maar één van de objecten in het panorama wat ons altijd als echt is voorgehouden.

Maar ja zelfs dan is er nog steeds de tweespalt tussen kenner en gekende.

Dan blijft er ook de tweespalt tussen de groep leraren die stellen dat het Absolute weet heeft van zichzelf (o.m. Spira: je bent altijd bewust van je-Zelf omdat je bewustzijn bent en het is zijn aard bewust te zijn. Het kan nooit uit staan. Je kan nooit getuige zijn van de eigen afwezigheid...) en de groep leraren die stellen dat wanneer je werkelijk ontwaakt bent geen weet hebt van een wereld en ook geen weet hebt van jezelf als Absolute. (o.m. Nisargadatta: Er is niets. Niets om gekend te worden, en niemand om te kennen...)

Ik vermoed dat Nisargadatta gelijk heeft. Er is immers geen taal en er zijn dan ook geen te onderscheiden hoedanigheden die kenbaar zijn..... Van de periode voor je bewust werd weet ik niets en van de droomloze slaap kan ik ook niets rapporteren. Het is zelfs de vraag of die droomloze slaap wel echt bestaat, er is immers geen getuige van.

En wat heel fijn is voor het denken: dit dilemma kan niet worden opgelost door het denken. 

Maar zonder de aanwezigheid van concepten bestaat deze tweespalt helemaal niet. 

Dan is wat is. En zonder deze klankreeks.

zondag 19 maart 2017

Wie ben ik?....Tsja.........




In wezen zijn er geen leraren en leerlingen. Die zijn er alleen op het vlak van de woorden, van taal. Dus van denken. Zonder taal geen denken.

En hoe gemakkelijk is dat te doorzien. Je hoeft alleen maar gedachten, ofwel een rij woorden (een sequentie van klanken die wij geleerd hebben als woorden te herkennen), bewust waar te nemen. Dan zie je dat die woorden allemaal herkend worden, omdat zij allemaal jou zijn aangeleerd en van een betekenis en beeld/geur/smaak/gevoel zijn voorzien. Een boom is een boom en geen stoel, niet waar?

Concepten zijn allemaal voorwaardelijke betekenis-dragers. De vaste volgorde van de klanken zijn je aangeleerd, gelijk met de betekenis die dat pakketje heeft verworven in de taal die kent.

En is er onduidelijkheid over de betekenis van die klanken-pakketjes (begrippen, concepten, woorden) dan kunnen er misverstanden (het verkeerd verstaan) ontstaan. En die geven weer aanleiding tot discussies die er op gericht zijn weer helderheid te krijgen over de betekenis van de samengestelde klanken of juist het tegendeel er van.

De spirituele weg ontkomt ook niet aan dit duale verschijnsel. Er wordt gezocht, er wordt gekocht en wat je overhoudt is een gedrocht. Een leer, een geloof, iets wat wil bewijzen dat jij gelijk hebt en anderen niet. En wanneer er geschillen zijn over de begrippen en betekenissen dan zijn geschillen en uiteindelijk oorlogen niet ver meer.

En dat allemaal komt omdat in de gepercipieerde wereld der vormen, tegenstellingen (van welke aard dan ook) de noodzakelijke motor zijn van veranderingen, van groei, van identificatie en het losmaken daar van. Alles wat ontstaat moet onontkoombaar ook weer verdwijnen om bijvoorbeeld ruimte te maken voor efficiëntere vormen of juist het tegendeel daar van. Het moet schuren en botsen want daarin en daardoor ontstaan nieuwe vormen.

Dat allemaal is gelijk het probleem bij de zoektocht naar wie je werkelijk bent. Die zoektocht kan alleen plaatsvinden te midden van tegenstellingen. Je denkt iets te missen en je gaat op zoek waar dat is.

Daarmee verlaat je (blijkt helemaal aan het einde van het zoeken) het Huis waar je al die tijd al in leefde en je kijkt naar buiten naar het nieuwe doel dat je je hebt gesteld. Dan ga je op pad, de zoektocht naar de oplossing. Dat kost tijd om dat te vinden, dus in plaats van het berusten in het gevonden laten worden, ga je in de jou toegemeten ruimte actief tijd creëren teneinde het tijdloze te realiseren.

Zelfs de begrippen die uitgevonden zijn om het Tijd- en Ruimteloze te labelen en te omschrijven zijn een hindernis om het Uiteindelijke -altijd Hier en Nu zijnde- te realiseren.

Het verschilt niet van jou, dat ‘deel’ wat niet kenbaar is. Het Gezochte was er al toen je bewust werd van jouw aanwezigheid hier op aarde (waar je destijds nog geen idee van had) en het bleef er bij elke hoopgevende stap, bij elke mislukking en bij elke bijstelling van het doel van jouw zoektocht.

En die ik of jou worden en blijven ook continu gekend door een onkenbare kenner.Hoe je ook kijkt, de kenner zal je niet vinden, want die ben je zelf. Als de kenner en niet als het denk-ego.

En zodra je dàt hebt doorzien is de zoeker klaar. Je hebt alleen maar verschijnende en verdwijnende vormen ontmoet in de zoektocht. Je bent nog steeds actief in die wereld die constant verandert, waarin het doel zich steeds onttrekt aan elke vorm van waarneming.

Totdat je door krijgt (van wie of wat?) dat het kennen dus de absolute voorwaarde is van alle bestaan. Zonder het kennen valt er niets te ontwaren. Dan is er geen weet van een iemand in een wereld vol tegenstellingen.

Je wilt af van die tegenstellingen en de enige oplossing is dus te verdwijnen in of liever samen te vloeien met dat onveranderlijke dat ziet.

En ook dat is wat een iemand zelf niet kan bewerkstelligen. De schijngestalte kan zijn zijn eigen schijn aanwezigheid niet zelf oplossen. Het gebeurt wanneer het gebeurt.

Je kan spelen met taalloze momenten en dan ervaren wat overblijft. Dat wat onbenoembaar is. En wat onkenbaar is ziet keuzeloos toe..... Maar zodra je dat weer als middel tot een doel stelt wordt het weer een hopeloze onderneming in tijd en ruimte.