zaterdag 6 augustus 2016

Help! (met correcties).

De meeste reacties die ik krijg,  gaan over de worsteling tussen het tijdelijke (als de persoon, het denken, dat-wat-gezien-wordt) en het tijdloze weten (als doel van de zoektocht). Hier een antwoord op zo'n reactie.

Ja, alles wat vorm heeft, hoe subtiel ook, verschijnt in 'gewaarzijn'. Geen aanwezigheid -taal blijft een beperking - maar tegenwoordigheid.

Wat je werkelijk bent is onpersoonlijk tijdloos bewustzijn.
Zodra er oordelen zijn is het weer denken en illusoire tijd!
Ook het idee dat het 'onkenbare' je kan leiden ergens in, bestaat in wezen niet.

In het tijdloze heden kunnen geen oorzaak - gevolg relaties zijn, want die veronderstellen van een opeenvolging van een probleem - een actie vanuit een geheimzinnige leiding naar een oplossing. Tijd dus!
In 'dat-wat-is' is tijd een illusie vanuit het denken
Dat wat nu (en dat is geen tijdselement) is, is Het! Ondeelbaar!

Dat wat je werkelijk bent -en dus niet als jouw persoon, maar als onpersoonlijke tegenwoordigheid - bestaat enkel en alleen in het tijdloze heden. Dat wat je kan bevroeden wanneer je alle gedachten laat vallen.

Wat overblijft ben jij als het tijdloze (dus eeuwige) . Zodra je dat benoemt is er al weer een bedekking, een idee, een object.
Dus let op het woordje 'ik'!   Is dat jou-als-persoon of is dat tijdloos weten van zijn.

Dat laatste kan in wezen niet ervaren of beleefd worden, omdat het geen ding is geen vorm of hoedanigheid heeft.
Je bent het en dat kan niet opgesplitst worden om zichzelf objectief (als een object) te kennen

En de zogenaamde ervaarder is illusoir, zijnde een idee (wat ook vorm, denken is).

Dus jouw persoon blijft in de wereld van tegenstellingen: wat je echt bent is het keuzeloze zien er van, dat zelf nooit als 'iets' gekend kan worden.


Je bent niet de mens, maar dat waar alles in verschijnt (en verdwijnt).

De vorm kan zich nooit het vormloze eigen maken of naar zich toetrekken.

Er valt dus niets anders te doen dan niet te doen.