vrijdag 30 januari 2015

Hier



Het weten dat je in essentie 'niets' bent ofwel 'niet-iets', ofwel geen objectief verschijnsel, behoeft niet tot paniek te leiden.

De eerste troost is dat wanneer je gezien hebt dat alle objectieve verschijnselen opkomen en onontkoombaar weer verdwijnen (ofwel geboren worden en sterven c.q. geschapen en vernietigd worden) dat je als 'niet-iets' daarvan niets te duchten hebt.
O.k. het lichaam zal verdwijnen en de persoon met zijn aard en geschiedenis dus ook, maar waarin alle verschijnselen in verschijnen zal tijdloos (tegenwoordig) zijn.
Taal is in deze een lastig medium. Op elk voor is weer een tegen.

Ten tweede hoef je niets te doen om dit inzicht te verwerven. En ook het bewust niet doen is ook weer doen. Het tijdloze kan niet gevangen worden door doelgerichte activiteiten die tijd en ruimte vereisen om in te kunnen functioneren.
Het enige betrouwbare antwoord komt uit de persoonlijk beleving, wanneer plots wordt ingezien of geweten dat je het tijdloze bent. Op YouTube staan heel wat video's met o.a. Mooji en Papaji waar be-zoekers plots hun tijdloze en vormloze zelf ervaren. De een zal in stilte zitten stralen en de ander zal in onstuitbaar geschater uitbarsten. 

In taal is dit moment onoverdraagbaar. Veel leraren hebben dit lang via allerlei methoden en uitputtende uitleg geprobeerd, maar zien uiteindelijk in dat zo'n moment van bevrijding nooit via inspanning bereikt of versneld kan worden.
Doelloos bij-een zijn in stilte, de ware betekenis van satsang, is de enige weg om die onpersoonlijke en vormloze stilte te realiseren.
Zodra je ook daar weer met intenties zit kan je het vergeten. Zodra je gaat uitleggen wat en hoe Het IS, is het weer onbereikbaar weg.
Komen en gaan zijn niet aan de orde. 

Het is hier.

Nu.

dinsdag 27 januari 2015

Wie zoekt?

De Ouroboros De slang die in zijn staart bijt. Keramiek en foto van Rob Ek

 
Ja, dat waren weer een hoop woorden zo rond Wei Wu Wei. En ook daar zijn weer heel wat boeken van met nog veel meer woorden.

Alle uitleg is er eigenlijk alleen maar op gericht de illusie van het denken te doorbreken dat er een 'iemand' is die dient te zoeken naar zichzelf. Het Zelf zoekt zich Zelf.

Wanneer je gaat kijken waar het zoekende 'ik' is zal je -behoudens veel gedachten- geen 'ik' vinden waarvan je kan zeggen: "Dat ben ik".

En wanneer je wèl een 'ik' denkt te vinden, wie of wat neemt dat waar?

Want zonder dat waarnemen valt er niets te weten.

En het waarnemen valt niet waar te nemen.

En zelfs dát wordt ook nog waargenomen.

Dan is er de realisatie dat je niets bent en niets kan doen. Stilte. Wat er altijd is en waar een zogenaamd 'je' niets aan en mee kan doen.

Wat je in wezen bent IS er en is onvindbaar en er is daarom ook niets wat je kan doen om het bereiken of het 'eigen' te maken.

De zoeker, het zoeken en het Gezochte lossen op in het besef dat je al bent wat je aan het zoeken was.




donderdag 15 januari 2015

Boeddha onderwees....SLOT



En dan nu het slotakkoord dat definitief een einde moet maken aan de gedachte over het wèl of niet bestaan van het verschijnsel mens. Wij bestaan, wij zijn er, maar niet als een tijdelijk, beperkt, verschijnsel. Wat wij dan wèl zijn kent eigenlijk geen uitleg in woorden. Maar de schrijver (WeiWuWei)  geeft aan dat hij de allerlaatste stap gezet heeft. Zullen wij een eindje met hem meelopen?

"Denkt er iemand aan Napoleon of Plato, Shakespeare of Mozart? Zo ja, dan is hij of zij gewoonlijk weer aan het ‘ver-materialiseren’, en heeft het allemaal niet begrepen.


Is men vergeten dat de Boeddha 95 jaar lang les heeft gegeven, maar geen woord heeft gezegd?


Tenzij dat wordt begrepen, is het moeilijk in te zien hoe de rest zou kunnen zijn: het is een soort universele sleutel voor de gesloten deur.


Anders gezegd, kunnen we (wel) zeggen dat vele veldslagen werden gewonnen door Napoleon, de vele toneelstukken door Shakespeare werden geschreven, de concerten gecomponeerd door Mozart, maar geen ‘Napoleon’ vocht ooit een veldslag, geen Shakespeare schreef ooit een zin, en geen enkele Mozart speelde ooit een noot muziek.


Gaan wij ooit ver genoeg terug teneinde de uiteindelijke ontkenning van de ontkenner van ontkennen te maken? Om de sprong van de 33 meter hoge paal te maken?


Bestaan wij of bestaan wij niet?


Er is nooit 'iemand' geweest die òf bestaan heeft of niet bestaan heeft.


Er is nooit ‘iemand’ geweest, die deze vraag zou kunnen beantwoorden.




Notitie: Wie kwam tot de uiteindelijke ontkenning (van de ontkenner van ontkenning)? Ik deed dat. In het ontkennen van mijn ultieme objectiviteit ontkende ik mijn ‘zelf’. Zo doende schafte ik de notie van ‘mijzelf’ als een objectief gegeven af. Daarna bleef er niets meer over, omdat ik geen ‘ding’ ben. Objectief blijf ik vertegenwoordigd door alle mogelijke vormaspecten."
Wanneer ontkenning de geobjectiveerde 'ontkenning' ontkent, dan ontken ik een (objectief) 'zelf'. Dan kan er geen object bestaan, noch - bijgevolg - een subject.

Fenomenen worden in hun totaliteit gemanifesteerd , maar hun noumenon (onkenbare grond/wezen/oorzaak - r.e.) als zodanig heeft geen objectief bestaan​​. Alleen dat wat zich uitstrekt in ruimte en tijd kan een perceptueel bestaan hebben (gezien worden - r.e.) , zodat schijnbaar bestaan ​​afhankelijk is van waarnemingen (percepties - r.e.). Wat we zijn is niet wat is begrepen, maar het begrijpen en 'begrijpen' kan zijn niet zijn eigen object zijn. Daaruit volgt dat-wat-wij-zijn niet kan worden uitge(st)rekt in tijd-ruimte, en dus niet kan worden be-grepen .

Is dat alles wat gezegd moest worden? Precies.


Tot zover Wei Wu Wei, die dus nooit objectief bestaan heeft gehad.....zoals niemand dat heeft.

Ons ware bestaan (als kenner van de wereld, inclusief onze hoofdpersoon in ons drama) onttrekt zich aan elke vorm van objectiviteit. Rechtstreeks inzicht, òf spontaan verkregen òf gerealiseerd via atma vichara, ofwel zelfonderzoek, confronteert ons met de zekerheid dat wij als het zien, als het getuige zijn, geen kenbaar bestaan hebben. Wij zijn niet 'iets' dat zich laat opsporen. Binnen in 'ons' zit als het ware een zwart gat, iets niets dat niet gekend kan worden omdat het er niet als ding is. Maar dàt we ziende  'zijn' is ook - zonder ook maar één bewijs te moeten leveren - onmiddellijk duidelijk. Ik ben er, ik besta als bewust kennen. Maar niet als de persoon waar ik zoveel in geïnvesteerd heb. Als er al iemand of iets is die daarin investeert. Die is er dus ook niet.

En dan kom ik maar weer met de beroemde slotzin, die de laatste stap weergeeft: Wat wij kennen kunnen wij niet zijn en wat wij zijn kunnen wij niet kennen (omdat er niets objectiefs van 'mij' te kennen valt).



Oorspronkelijk uit 24 mei 2010 en gecorrigeerd en bewerkt op 11 januari 2015

Rob

vrijdag 9 januari 2015

De Boeddha onderwees....Deel 4


Het één na laatste deel van het brein- en ego krakende betoog van Wei Wu Wei over wie wij zijn, en vooral wat wij dus nooit kunnen zijn.

Dat we te onderscheiden entiteiten zijn is vanzelfsprekend en onbetwistbaar. Dat we - oppervlakkig gezien - allemaal lijken op te treden als zelfstandige wezens is eveneens duidelijk.


Dit alles is toe te schrijven aan het feit dat ons dualistisch universum een vormen-creatie is van een verdeelde geest, objectief waargenomen door pseudo-subjecten, welke worden geobjectiveerd als ‘zelven’, en ons leven in dat Universum, met inbegrip van ons denken en zijn uitdrukking ervan, is gebaseerd op relativiteit, die bestaat op grond van de vergelijking van tegengestelde begrippen.


Bovendien, begrijpen 'wat-we-niet-zijn’ geeft ons de aanwijzing van wat we wèl zijn, omdat de verdeelde geest zijn eigen Eenheid niet kan kennen. De heelheid van de geest kan bovendien slechts redeneren via verdeelde (en verdelende) begrippen. Ofwel het kan geen gebruik maken van woorden - die afhankelijk zijn van tegenstellingen - die het niet kent.


Al levende, hebben wij onze duale beperkingen maar te accepteren, hetgeen inhoudt dat ondanks het feit dat wanneer wij de waarheid over wat wij werkelijk zijn begrijpen, het niet binnen onze macht ligt direct –zonder omwegen - te denken of te spreken als de Ongedeelde Geest. En trouwens, geen enkele denkbare uitleg zou het kunnen bevatten.


Sprekend als werkelijk bestaande entiteiten, met het doel te laten zien dat wij niet als zodanig bestaan, is -onlogisch als het lijkt- een beperking die inherent is aan de dualiteit van ons vormen-bestaan.


Als een object, geen twijfel, ben ik slechts een denkbeeldige pop, waar waarnemers - elk naar eigen keuze - kleding aan hangen. Of, wanneer dit je beter aanspreekt, ik ben een spiegel waarin een ieder zijn eigen pseudo-zelf projecteert, zonder dat men zich daarvan bewust is.


Als een schijnbare entiteit in tijd-ruimte is alles wat ik kan voordoen te zijn een klaarblijkelijk bestaand reactie mechanisme, dat zich uitdrukt in een streefpatroon, dat de veronderstelde werking is van ‘iets’ wat genoemd wordt als ‘een ego’.


Maar vraagt u mij in de werkelijkheidswaarde van dit alles te geloven? Kan dat werkelijk zijn wat ik ben, wat elk van ons is, wat wij zijn?


Ik tracht u hier er op te wijzen dat dit dus niet kan.


Dat wat we zijn, wat we allemaal als 'ik' zijn, is Dat wat alle wijzen van alle eeuwen hebben gezien, begrepen en hebben geprobeerd aan ons uit te leggen wat we zijn, altijd geweest zijn, en altijd zullen zijn.


Sinds de ‘ruimte’ en ‘tijd’ waarop al deze ‘fenomenale’ (in de zin van verschijnselen -r.e.) begrippen gebaseerd zijn, zelf slechts het begripsmatige kader zijn van hun eigen begripsmatige bestaan, kunnen wij dan niet klip en klaar concluderen dat zo’n vraag niet eens gesteld kan worden?

Commentaar: Wij lopen dus als zoekers per definitie tegen een onneembare muur aan, wanneer wij ons ware wezen willen begrijpen. En blijkt er toch een opening in die muur te zijn (de ontdekking dat er helemaal geen muur bestaat..en ook geen wij... geen enkel ander duidend concept, louter zijn, zien), dan hebben wij geen woorden om ons gevonden zelf te beschrijven en anderen exact uit te leggen waar die opening zit.

Intussen heeft het betoog van Wei Wu Wei diepingrijpende consequenties voor zaken die wij in ons leven als normaal beschouw(d)en en die ons sprakeloos kunnen achterlaten.

Daarvoor volgt er over een poosje nog een laatste deel in deze cyclus.

Rob

(oorspronkelijk uit 24-05-2010)

dinsdag 6 januari 2015

"Boeddha onderwees...Deel 3 (bewerkt)




(Ik) hou nog maar even vol.....

Men kan zich afvragen waarom het nodig wordt geacht om er (hier) mee door te gaan hierop te zinspelen, er naar te verwijzen, het in bedekte termen te brengen, en er zo een heilig mysterie van te maken?
Bijna alle belangrijke geschriften en vastgelegde uitspraken van de Meesters en de Profeten, en vele dichters, barsten er van uit hun voegen.
Zonder twijfel bevat ‘het’ in zichzelf de waarheid, de hele waarheid en niets dan de waarheid, voor zover zoiets als 'waarheid' kan bestaan.
En het volledig begrip er van laat het weinige over dat kan worden beschouwd als nog van doorslaggevende betekenis te zijn om te worden begrepen, omdat bijna alles dat onuitgesproken blijft, volgt uit die Waarheid, of is - voor altijd - onzegbaar. (m.i. is die Waarheid onzegbaarheid zelf, buiten de concepten, buiten ruimte en tijd waar geen enkele vorm kan bestaan, subject noch object ..r.e.).
In vroegere dagen, en in andere landen, waar er bijna overal Meesters beschikbaar waren, zoals in India en China, kan het inderdaad wenselijk zijn geweest om dit essentiële begrip voor diegenen te behouden, die volwassen en rijp genoeg waren om het te ontvangen (net zoals volgens bepaalde bronnen Jezus zijn Echte Leer maar aan een beperkt aantal apostelen doorgaf. De rest zou het toch niet begrijpen - r.e.), en hen daarbij te instrueren dat elk het pas op dat moment zou doorgronden, wanneer het begrip ervan het meest doeltreffend zou zijn.
Maar zulke omstandigheden bestaan niet vandaag de dag in het Westen, en wat wèl bestaat is algehele en diepgaande verwarring.
Het wordt gelezen en herlezen, er wordt naar verwezen of in vage termen beschreven, maar zelden of nooit begrepen.
Wij hebben hier geen echte Meesters, de echte Guru is trouwens altijd in ons; als wij het in duidelijke bewoordingen zeggen, zal de Guru zijn absolute en ultieme Waarheid onthullen aan diegenen die in staat zijn deze te begrijpen.
Misschien, nu dat zo gezegd is, verwerp je het totaal, misschien lach je er om, of wijs je het met minachting af? Dat sommige lezers dat zullen doen lijkt niet geheel onwaarschijnlijk. Niet iedereen zal er voor klaar staan. Maar waarom zijn zulke lezers er niet klaar voor? Men kan vermoeden dat de reden is dat ze op een dwaalspoor geraakt zijn door zijpaden van illusie en onzin, op basis van hun eigen zo gekoesterde zogenaamd autonome individuele entiteiten.
Dat zij zich met alle kracht afgesloten hebben voor de esoterische feiten, en doof zijn voor de essentiële waarheid, die al de grote Meesters zo geduldig, zo volhardend, zo heimelijk aan hen probeerden te onthullen.
Misschien ben je in de war gebracht doordat ik hier schijn te schrijven over onszelf als entiteiten (wezens/zelfstandig bestaande individuen) zoals wij allemaal doen. Ik moet dat doen omdat ik ben zoals wij dat allen zijn en ik zou het onmogelijk ook anders kunnen.
Wij zijn schijnbare en onechte wezens en ‘leven’ volgens overgeërfde eigenschappen het zichtbare aspect van dit dubbelleven. Maar wij herkennen zijn duale karakter en dat is wat wordt vereist.

Commentaar: De vraag is is of de herkenner van de schijnbaarheid ook niet gewoon weer de vorm de persoon (het denken) weer is.  In 'Ripples on the Surface of Being', waar Eckhart Tolle uitgebreid gevraagd werd hoe dit nu allemaal zit, gaat hij in op de vraag: Wat is werkelijk Werkelijk? Op basis van eigen ervaring zegt Tolle dat de wereld der vormen weliswaar ook door hem ervaren wordt, maar dat hij zich tegelijk bewust is van een oneindige Ruimte van stil Zijn. De ervaren vormen zijn dan als het ware kleine golfjes op de oceaan van Zijn. Beiden zijn niet te scheiden van elkaar. Maar die oceaan van Zijn is veel groter, dieper, levendiger dan de rimpels aan de oppervlakte en is blijvend. De gemanifesteerde wereld is meer een ruimte vol tijdelijke verschijningen (waar de zogenaamd afzonderlijke golven totaal uit water ofwel oceaan bestaan r.e.). Alleen het Zijn is echter werkelijk, want als tijdloos ontdaan van geboorte en dood. Het Zijn kan echter direct via de manifestatie zijn eigen manifestatie bezien. Maar enkel nu. Het Zijn kan echter nooit zichzelf als object waar nemen. Je blijft jezelf voor eeuwig verborgen.

Rob
(oorspronkelijk 07-05-2010)

...Wordt vervolgd......

vrijdag 2 januari 2015

" De Boeddha onderwees..." Deel 2


There is neither creation nor destruction,
Neither destiny nor free will,
Neither path nor achievement;
This is the final truth.


  Sri Ramana Maharshi


Ik vervolg de letterlijke tekst van het kernbetoog van Wei Wu Wei uit Deel 1.

Is dit een schok (voor je)? Als dat zo is, bewijst het de kracht van onze conditionering in de illusie dat wij over een zelfstandige individualiteit beschikken, welke tevens onze zogenaamde 'gebondenheid' bevat (de oorzaak van ons gevoel van afgescheiden zijn en het daarop volgende lijden - r.e.). 
Overigens is dit de reden waarom 'gebondenheid' ook beschouwd wordt als een illusie - voor de afdoende reden dat er nooit een entiteit heeft bestaan die gebonden kan zijn. Wat betekent dit dan in de praktijk, in het ruimte-tijd 'leven'? Het houdt in dat je objectief slechts dàt bent wat wordt gezien, begrepen en verklaard via andere levende wezens, van wie er één is waarvoor je geprogrammeerd bent om die te beschouwen als 'mijzelf.' (immers hoe langer je naar je-zelf kijkt zal je merken dat je -als het waarnemen- in wezen naar een object buiten-of-binnen het waarnemen zit te kijken..r.e.) 
Als een object heb je een variabel voorkomen, relatief ongunstig wanneer beoordeeld via jouw 'vijanden', gunstig wanneer beoordeeld via jouw 'vrienden', en gewoonlijk als een mooie fijne kerel, of een aantrekkelijke vrouw, wanneer beoordeeld door jou zelf (wanneer je zo gelukkig bent geen zelfhaat te koesteren - r.e.).
In werkelijkheid echter ben je helemaal geen ‘ding’, maar k’ung, sunya (zodanigheid, leegte etc. - r.e.), geheel verstoken van een objectief werkelijk bestaan. Je bent (als persoon, als mens - r.e.) slechts een verschijning, een verschijnsel in de 'geest' of in 'bewustzijn', dat totaal geen vaststaande identiteit, kwaliteit of eigenschappen heeft.

Subjectief - aan de andere kant dus - (als het waarnemen - r.e.) ben je ook geheel verstoken van een identiteit, kwaliteit, of eigenschappen. Je representeert slechts het subjectieve ‘potentieel’ dat alle vormen en 'manifestatie’ produceert. 
Als zodanig ben je ‘Ik’, zoals ik ‘Ik’ ben, zoals als elk levend wezen, mens, dier, insect en plant ‘Ik’ is. Ik kan geen enkel objectief bestaan hebben, omdat de vierde naamval van 'Ik' niet 'mij' is, - zoals tegenwoordig verkeerd wordt begrepen - maar altijd en alleen 'jij' 
Commentaar: De vierde naamval is het lijdend voorwerp. De persoon dus, die louter als object, als vorm, wordt gezien. Wij zijn (als bewuste tegenwoordigheid) niet-iets, geen ding, leegte, geen deel uitmakend van de 'zichtbare' wereld der vormen en derhalve niet de persoon waar wij ons zo druk om maken. Want ook het druk maken wordt louter als vorm gezien. en de druktemaker ook. En de reactie daar weer op is ook weer vorm. Uiteindelijk is er besef dat je het vormloze zien bent en na dat besef zal ooit de samensmelting met het tijdloze plaatsvinden.

Rob

(oorspronkelijk 06-05-2010 en gecorrigeerd op 11-01-2016)



(wordt vervolgd)