vrijdag 26 december 2014

"De Boeddha onderwees......" Deel 1 (bewerkt)

Voor foto's tik de naam in van
Terence James Stannus Gray


De Ierse mysticus Terence James Stannus Gray (14 September 1895 – 5 januari 1986) was als Wei Wu Wei befaamd om zijn nauwgezet geformuleerde boeken en artikelen over het Boeddhisme, Taoïsme, Zen en andere nondualistische benaderingen. Hij bezocht o.m. Ramana Maharshi en kende menig andere spirituele leraar.


Zijn geschriften zijn voor een gemiddelde lezer niet erg toegankelijk en zijn invloed onder het grote publiek is wellicht daarom relatief beperkt geweest. Er is wat meer belangstelling voor hem gekomen, omdat de bekende vedanta leraar Ramesh S. Balsekar sterk beïnvloed zou zijn geweest door Wei Wu Wei (zie: http://www.stillnessspeaks.com/wei_wu_wei_advaita_vision ). Ramesh Balsekar schreef zelf zeer positief over WWW: http://www3.telus.net/public/sarlo/Yweiramesh.htm  Hij las hem al voordat hij bij Nisargadatta kwam.

De beschuldiging dat Balsekar plagiaat had gepleegd gaat wat mij betreft daarom veel te ver. Een ieder die op de zoektocht tot het gaatje gaat (en daarbij onontkoombaar voorbij het conceptuele gebied gaat), zal uiteindelijk tot dezelfde conclusies als die van WWW komen.  

Maar al deze zinnen zijn dus onzin wanneer wij de betekenis van wat hij schreef goed tot ons hebben door laten dringen. Wie schreef die boeken, wie las ze en wie is door wie beïnvloed? Er kan niet anders dan een droom van schrijven en lezen en beïnvloeden zijn. Het gaat erom je uiteindelijk te richten tot wie of wat ziet!


Wat volgt is het eerste deel in een geautoriseerde vertaling van mijn hand van een hoofdstuk uit zijn postuum uitgebrachte laatste werk 'The Buddha Taught'. Deze tekst staat ook openlijk op internet. (The Middle Way, November 1966, zie http://www.weiwuwei.8k.com/pplx.html). 


"De bekende uitspraak dat ieder object leeg is (K'ung in het Chinees, sunyu in het Sanskriet), dat geen enkel object een eigen natuur, een 'eigen-bestaan' of 'zelf-natuur' heeft, impliceert dat het object een werkelijk objectief bestaan mist. 
Dit betekent dat wat het dan werkelijk is, het waarnemen er van is, dat het op zichzelf niets is, maar slechts dat is, wat klaarblijkelijk wordt waargenomen (heel 'ons' leven met alles wat er bij hoort is louter een waargenomen beeld dus. Alles is van bewustzijn gemaakt, zegt men ook wel. - r.e.).  
Dit is al bekend vanaf de vroegste tijden, en dit begrip wordt gedeeld via de esoterische inzichten van alle grote religies. Zij is fundamenteel voor het Boeddhisme, Vedanta en het Soefisme.
Iedereen die welk van deze doctrines ook bestudeert, moet hiermee vertrouwd zijn, maar de toepassing ervan in het dagelijks leven - welke toch zeker de belangrijkste toepassing er van moet zijn - is zelden meer dan een theoretische.  
Wat dan, houdt dit alles in, wanneer wij het op onszelf betrekken? Het betekent niet alleen - zo stelt dit inzicht - dat er nergens in ons ruimte-tijd Universum een werkelijk (materieel -r.e.) bestaan is als een (zelfstandige) entiteit, en dat wij - derhalve - als zodanig zelf niet bestaan, en ook niet zouden kunnen bestaan.
Dit, ook, is als vaststaand gepresenteerd, maar is zelden opgepakt als een onontkoombaar feit (zoals dat ook gebeurde en nog gebeurt met de inzichten van de nieuwe fysica die in principe begon met Max Planck in 1900, waarin uiteindelijk duidelijk werd dat er feitelijk geen materie bestaat..r.e.).
Wanneer wij het nu wel toepassen, zien wij  dat een bewust wezen in ruimte-tijd niets anders kan zijn dan een beeld in (onze) geest, het heeft geen enkel eigen bestaan van welke hoedanigheid dan ook, maar is slechts een verschijning, waargenomen en begrepen door het 'subject' van elk van deze waarnemingen en concepties.
Elk van deze 'subjecten' wordt op zijn beurt ook als een object waargenomen en begrepen door andere -schijnbaar bestaande- waarnemers. (men ziet alleen een buitenkant -r.e.)
Dit vereist dat een enkele bron van waarneming waar-neemt (voor waar aan neemt...r.e.) via een veelvoud van waarnemers, waarbij elk waarnemingscentrum als een entiteit wordt beschouwd, die op zijn beurt weer de andere waarnemingscentra als entiteiten beschouwt, zonder dat feitelijk ook maar één van die waarnemings-centra een bewijsbaar persoonlijk bestaan heeft.
Dat is allemaal zo is, behoeft geen nadere twijfel.
Waarschijnlijk heeft elke gerespecteerde Wijze in elk van de grote religies dit geweten, en heeft het - elk op zijn eigen wijze - duidelijk gemaakt dat dit zo is (zie o.m. de Bhagavad Gita - r.e.); en wanneer wij begrepen hebben wat zij ons verteld hebben, zouden wij zelf tot dit begrip moeten zijn gekomen en er tevreden mee moeten zijn dat dit de waarheid is, en dat geen andere interpretatie van de feiten mogelijk kan zijn.*)
Elk van ons is slechts, kan slechts, datgene zijn wat wordt waargenomen, en wat begripsmatig wordt vertaald als ‘wezen’. Wijzelf zijn echter helemaal niets, als zodanig bestaan wij eenvoudig niet, als autonome wezens bestaan wij in het geheel niet.  
Wij zijn het niet die anderen en onszelf waarnemen en begrijpen, omdat er geen ‘wij’ (of 'ik' - r.e.) bestaat. Wij en zij worden waargenomen, begrepen en van een betekenis voorzien via een ander, een als zodanig  begrepen, zichtbare en veronderstelde 'andere' waarbij elk 'onszelf' is...."


En dat 'onszelf' uiteraard weer met hoofdletters, omdat dit het enig werkelijke weten of kennen is. Het individu is geen afgescheiden eenling maar is on-deel-baar (in-di-vide) en als zodanig leeg en onkenbaar. 

* * *

*) Wat hier gezegd wordt over ons leven in de wereld is een beetje vreemd, want de conclusie van de rest van de tekst is dat er niemand bestaat die een onafhankelijk, zelfstandig leven leeft. Er is alleen het zien van een leven waarin van alles wordt misverstaan door de hoofdpersoon en zijn omgeving. Wie zou je de schuld kunnen geven wanneer de beschuldigende 'mijzelf' ook niet als onafhankelijk fenomeen blijkt te bestaan? 

Wordt vervolgd...


Rob


4 mei 2010 en bewerkt op 11 januari 2016


bronnen: Wikepedia , de Wei Wu Wei archieven


zaterdag 20 december 2014

Wie ben ik?

illustratie r. ek

Wat mij betreft zijn voor mij de volgende zinnen de laatste zinnen die nog enige zin hebben en al de boeken in mijn kast over het zoeken kunnen vervangen.

Ik kan alleen maar datgene kennen, wat verschilt van mijzelf

Ik ben dus nooit in essentie datgene wat ik waarneem (voor 'waar' aanneem). Ik ben dus nooit mijn lichaam, mijn gedachten, mijn emoties, mijn herinneringen, mijn plannen, mijn angsten en mijn verlangens.

Ik ben de onveranderlijke waarnemende tegenwoordigheid, welke nooit een deel kan zijn van de wereld waarin ik (als het denken) denk te leven. Ik zal de beleving van tijd kunnen hebben omdat (mijn werkelijke) ik zelf tijdloos ben. Ik kan veranderingen waarnemen omdat ik zelf onveranderlijk ben.

Ik kan mijzelf nooit kennen omdat ik het kennen zelf ben

Kennen, waarnemen, zien  -of je het ook noemen wilt - is geen kenbaar object. Het kennen is het Enige wat onverdeeld is. Non-dualiteit dus. Een en niet-twee. EEN zijn zonder tegenstellingen. Een Zijn waar geen waarnemer kan zijn van zichzelf. Geen 'ik' als vorm en geen ander(en). Geen begin van mij en geen einde van mij. Geen hoedanigheden en geen gemis van wat dan ook. Tijdloos en zonder Ruimte. Conceptloos.  

Alles wat de zoeker zichzelf toekent als gevolg van de zoektocht is dus de illusie van verandering in tijd.

Alle fenomenen (ervaringen, verhalen) die de zogenaamde 'verlichten' als bewijs van hun realisatie aandragen, zijn evenzeer illusie als de illusie van het lijden of de inspiratie die tot het zoeken heeft geleid. Pas wanneer (in)gezien is dat tijd niet werkelijk bestaat, er dus geen verleden en toekomst is, het altijd Dit Moment is en er derhalve geen oorzaak en gevolgrelaties bestaan, dan is er helemaal geen basis meer voor het zoeken.  De zoeker is daarmee gelijk verdwenen en er rest een onvatbaar dimensieloos tegenwoordig zijn, dat tegelijk -geen vorm zijnde- in de wereld afwezig is.

En daarmee zijn we weer bij de eerste cursieve zin aan het begin van dit stukje beland.


Rob

dinsdag 4 november 2014

Ageren & Re-ageren: De Gordiaanse Knoop

Het lastige van een openbare blog over een niet alledaags onderwerp als zelfonderzoek in de traditie van de Advaita Vedanta, dat zowel relatieve ‘beginners’ en ’uitgeprocedeerde’ die-hards de teksten en de discussies lezen en er op reageren en discussiëren.

Dan variëren de bijdragen tot praktische adviezen hoe je een zelfonderzoek kan uitvoeren en wat je daarbij kan verwachten, tot mededelingen dat er niemand werkelijk bestaat en dat ook de wereld waarin wij leven niet echt bestaat. Er is niemand die wat kan doen. De schrijver mag zelfs niet meer schrijven van sommigen, die dus zelf ook in reactie schrijven.... Maar de schrijver en de criticus bestaan niet werkelijk. Ook deze stukjes bestaan niet werkelijk.

Wat gebeurt hier dan toch?

Niets is wat het lijkt in Advaita.

De kern van de Advaita (welke concreet betekent: Niet-twee) houdt in dat alle vormen die wij waarnemen of kunnen ervaren niet-werkelijk zijn. Ofwel dat deze geen vast bestaan hebben en slechts er zijn omdat er de een of andere ongrijpbare oorzaak aan voor af gaat: het onpersoonlijke Zijn, of Leven, of............de duizenden woorden die in alle talen daarvoor verzonnen zijn.

Alles maar ook alles dat -hoe subtiel ook- kan worden ervaren, is niet wat werkelijk is, dus ook de schrijver en lezer hier niet.

Want een ervaring veronderstelt een subject, dat in staat is tot waarnemen; bewustzijn. En de realisatie van dat subject is het doel van de zoektocht.

Waarom wordt het zoeken zo’n ratjetoe van onbegrijpelijke uitspraken en redeneringen?

Omdat de zoeker bestaat bij gratie van het Gezochte. De zoeker is zelf een object in bewustzijn.
Omdat wat gezocht wordt niet als object gevonden kan worden.
Omdat het feit van het zoeken zelf ook niet gevonden kan worden.
Omdat het gebruik van de vele namen die aan het Gezochte worden toegekend het allemaal ook niet duidelijker maken.

Dus wat het het meest compliceert is, dat zowel de zoeker als de uitlegger deel zijn van Maya (het meetbare) en als zodanig niet de instrumenten kunnen zijn van het vinden.

Zoeken veronderstelt bewustzijn, gewaarzijn en wat gevonden zal worden is bewustzijn, gewaarzijn.

En -hoewel het louter woorden zijn, die iets aanwijzen wat als Enige (wat geen telwoord is) geen object kan zijn - bewustzijn is niet iets wat een doener (een object dus) kan doen of voor eigen doeleinden kan gebruiken......

De persoon, de doener, de zoeker zoekt naar een ‘iets’ terwijl hijzelf als zoeker een -tijdelijk bestaand- ‘iets’ is.

Zonder het feitelijk niet in woorden uit te drukken bewustzijn, is er niets. Geen persoon, geen wereld, geen zoeken. Er is alleen maar Zijn, er-zijn.

En dat is wat wij zijn. En Dat is wat geruisloos en vrijwel onopgemerkt deze woorden nu ziet. Dus zo ver weg is het ook weer niet. Het IS wat je in essentie bent: tijdloos, grenzeloos, eigenschaploos en vormloos.

En tegelijkertijd is er de ervaring van een zoeker die uit allerlei vormen van onvrede aan het zoeken is naar iets wat beter of aanvaardbaarder is dan het dagelijkse leven en die een taal gebruikt die in feite nauwelijks toereikend is voor de opdracht waar de zoeker zich voor gesteld ziet.

In wezen verschilt de ervaren wereld niet van de droomwereld. In het niet objectief bestaande Zijn verschijnen vormen die niet zelfstandig -zonder bewustzijn- kunnen bestaan. Wat wij zien en ervaren kan nooit een blijvend objectieve status hebben. Maar dat kan je uitleggen tot je scheel ziet, maar het is pas waar wanneer het waar is en toch is het nu ook al waar. Aan het eind van de zoektocht ontkom je niet meer aan de paradox dat de waarheid IS, maar onvindbaar is, dat de wereld niet werkelijk bestaat, maar dat deze er voortdurend als werkelijkheid lijkt te zijn, dat er dus niets gedaan kan worden om dat te realiseren omdat er niemand is die dat kan doen, maar dat er toch een stroom adviezen op (die niet werkelijk bestaande) je af komen hoe alles te kunnen realiseren.

Even snel reageren op één stukje of zelfs één zin, heeft dus weinig zin.

Je moet een weg zien te vinden waar geen ‘je’ is, geen ‘vinden’ en ‘geen weg’

Het denken, het verstand kan hier niets maar dan ook niets uitrichten.

Het gaat om de ontdekking van Datgene wat dit verstand middels de productie van gedachten altijd moeiteloos ziet, wat alles moeiteloos ziet.

En zelf onkenbaar is.
 

zondag 12 oktober 2014

Subject en object



Ik heb eerder geschreven dat de realisatie dat het zoeken alleen met het objectloze zien gedaan kan worden en dat de daar op volgende realisatie dat 'wat gezocht wordt' onvindbaar is -dus objectloos, eeuwig verborgen, dus onkenbaar, dus ondetectbaar is- leidt tot de realisatie dat de zoeker (het zoeken) het Gezochte is. 

Zowel jijzelf - als de zoeker - blijkt even onvindbaar als dat wat je zoekt. Er blijft dus niets over!
Het oog kan zichzelf niet zien, dus het object kan nooit het subject zien. Dat komt omdat het subject niet (als waarneembaar iets) bestaat. Daarmee kan het object ook niet werkelijk bestaan, want een object kan niet zonder subject bestaan.

En als idee (concept) is het veronderstelde subject onmiddellijk een illusoir (niet werkelijk bestaand) object. In werkelijkheid moet er iets zijn (want er is zien), maar is er niets waarneembaar.
Zoeker, het zoeken en gezochte zijn geen drie maar Een. Maar er kan niets gezegd worden over de toestand van Een. Een is ook maar een concept, en concepten leiden tot ideeën die niets te maken hebben over wat ongrijpbaar - want taalloos - vermoed wordt. Nooit zal je in woorden kunnen omschrijven wat werkelijkheid werkelijk is, omdat er nooit een kenner kan zijn van het onkenbare.
Wat Verlichting of Ontwaken wordt genoemd kan dus nooit een toevoeging zijn aan de zoeker. Het is het einde van de illusie van het zelfstandig en werkelijk bestaan van de zoeker. Maar wat intuïtief gevonden wordt is niet nieuw want je was altijd al Dat. En Dat is niet kenbaar, ook voor zichzelf niet, omdat Dat geen ding is, geen vorm heeft, geen eigenschappen heeft….. niets dat beschreven kan worden. Er is geen subject dat ziet en dat derhalve gescheiden is van dat (het object) wat gezien wordt. Kortom wat gezocht wordt als ons ware 'ik' is Niet. 

En toch is er de conceptloze beleving van er-zijn.
Taal is niet bij machte dit raadsel op te lossen, want ook taal is een -relatieve- verzameling van immer waarneembare objecten (i.c. concepten).
Bij voorbeeld zeggen dat wij het Zijn zijn, komt ook weer voort uit ideeën, uit concepten. Zeggen dat het Zien is ook, al lijk je iets dichterbij te komen. Maar zolang er een 'je' is dat het ultieme inzicht wil realiseren blijf je tevergeefs kloppen op een niet bestaande deur. Een illusie (het 'ik' als waar te nemen object) kan nooit los staan van dat waar in het verschijnt. En dat waarin het verschijnt, kan zich nooit werkelijk opsplitsten in een kennend subject en een gekend object. 

Wat wij zijn kan dus nooit gekend worden. Wij kunnen er een gevoel voor krijgen door alles te ontkennen wat objectief wordt waargenomen. Tot het moment dat we ons realiseren dat er helemaal niet (een) iemand is die dit allemaal kan doen.
Dan zijn wij onmiddellijk (en altijd geweest) als Niet-Iets gelijk aan allen (alle veronderstelde anderen) die met ons (in de illusie) als vorm verschijnen en die niet afgescheiden (kunnen) zijn van Niet-Iets (wat tegelijkertijd is en niet-is).

Er kan tenslotte maar één Niets (niet-) bestaan.

maandag 29 september 2014

Wie kent?


Ik was de laatste weken bezig met heel wat onderwerpen, maar vooral met het zo goed mogelijk te verwoorden dat ieder persoon van de 7 miljard aardbewoners geen zelfstandig bewustzijn heeft, maar dat bewustzijn 7 miljard ervaringen van personen bevat. Dan vergeet ik maar voor het gemak alle levende wezens met zelfbewustzijn in het oneindig Universum.

In mijn wereld kwam er een nieuwe video van de Engelse Advaita leraar Rupert Spira binnen. Het bleek een echo te zijn van mijn klaarliggende concept. Laat ik daarom hem maar zoveel mogelijk aan het woord. Hij legt het allemaal nog eens in extenso uit. In 't Engels. Alleen al in dat zaaltje bleken er 70 Rupert Spira's te zijn. In de video zit op de stoel vooraan de enige echte...hoewel????

Ieder mens leeft in zijn eigen droom, in zijn eigen wereld. Alles en iedereen die daar in verschijnt, verschijnt louter in het eigen bewustzijn. En of er werkelijk 7 miljard min 1 vergelijkbare persoonservaringen zijn, kan je alleen vanuit je eigen ervaringswereld veronderstellen, maar je kan nooit en te nimmer uit jouw hoogst eigen ervaring (bewustzijnsruimte) stappen om te kijken of er 'buiten' anderen zijn die jouw wereld op een zelfde of een totaal andere wijze ervaren.
Daarom zei Krishnamurti vaak: "Jij bent de Wereld" Niet omdat je er een idee over hebt, maar omdat je dat bent. Jouw persoon verschijnt ook in al die avonturen als een gepercipieerd object. Krishnamurti kon trouwens dan ook alleen maar controleerbaar in mij (bewuste ervaring van Rob) verschijnen.

Conclusie: alleen op deze gepercipieerde wereld zouden alleen al 7 miljard verschillende werelden in ervaring bestaan.
Mooji zegt ergens dat er weliswaar miljarden ervaren werelden zijn, maar er is maar één echte wereld. Daar slipte hij wat mij betreft even (wat zeldzaam is voor hem).
Nou, dan dienen zich gelijk al heel wat dilemma's voor deze blog aan. Ik weet al lang (hier en nu) dit schrijvend ook niet of ik tegen werkelijke anderen spreek, die dat allemaal kunnen lezen en er al dan niet op reageren. Ik kan het nooit weten. Ik kan als object alleen maar mijn eigen ervaringen ervaren.
Wow! Dus ook al die gruwelen in de wereld zijn alleen onze eigen gepercipieerde ervaring? Ja, want alle beelden en een ieder die mij komt vertellen hoe erg het is in de wereld komen alleen maar controleerbaar voor in mijn ervaringswereld…..

En wanneer er objectieve anderen zijn…. Stop! Wij kunnen elkaar nooit in elkaars wereld werkelijk ontmoeten. Het enige wat wij delen is Absoluut bewustzijn.Wel, nu Spira over het zelfde thema aan het woord.




dinsdag 23 september 2014

Uit de oude doos: Ik zie de boom: een analyse (hier en daar bewerkt)

.
Eenzame boom bij de Rotte, foto: r.e.2014


Ik zie de boom....

Het 'ik' in deze zin blijkt onvindbaar.

Zoek het 'ik' dat ziet maar!

Het ontsnapt aan elke waarneming.

Onkenbaar, geen object, niet aanwezig.

Het zien…...kan je het zien zien????

Ook het zien blijkt onkenbaar.

Probeer het maar. Zie het zien. Niet als concept, maar als feit.

Het lukt je niet.

Aha!

Dus 'ik' 'zie' de boom kan geschreven worden als 0 + 0 = boom,

ofwel 0 = boom.

Het niets te vinden 'nietst' de boom.....

De boom heeft geen eigenstandig bestaan.

Wij hebben de poten...ehhh.....de stam onder de boom weggezaagd...

Wat wordt gezien is zelf niet zichtbaar middels een functie (zien) die daarvan onderscheidbaar is.

Wat zegt dat van die boom?

Die bestaat pas wanneer hij door mij gezien wordt.

Maar er is alleen zien van (een beeld van) de boom

Maar niet als ‘je’ maar alleen als zien...want ook de persoon die zich ontfermt over wat te zien is, wordt tegelijk ook gezien.

Zien is er wanneer er wat te zien valt.

Maar zien blijft onzichtbaar.

Object en subject zijn dus in feite één.

Op dit enige levende moment.

Het gegeven dat alles wat gezien wordt immer veranderlijk is,

maakt dat zien (bewustzijn) als enige onveranderlijk is.

Die realisatie is er wanneer er het besef is van een constante aanwezigheid (zien) bij alle beelden.

Gedachten maken er steeds weer een 'ik' van dat elders iets ziet.

Maar ook die gedachten worden louter gezien.

En zijn nu al weer verdwenen.

Er is alleen permanent zien.

Wat tevens dus niet 'ergens' is....

De hele wereld bevindt zich dus nergens anders dan in het onkenbare,

tijdloze zien dat alleen tegenwoordig (dit Enige Moment) IS.



dinsdag 19 augustus 2014

Zoeken, ontwaken en het weer kwijtraken



Met enige regelmaat lees ik over mensen (zoekers, vinders) dat zij maanden of jaren na het 'ontwaken' of hun 'verlichting' zijn teruggevallen in het vallen en opstaan van het gewone duale leven. Er zijn zelfs websites en facebook-groepen over.
Sommigen worden zelfs ernstig depressief en maken er een eind aan.

Er valt veel over te schrijven, maar ik zal mij tot de kern, zoals ik die zie, beperken.

Die frustratie van het kwijt raken van wat met verlichting te maken zou hebben, is mijn inziens het gevolg van een misverstand, n.l. het verkeerde idee wat verlichting van jou in houdt.
Wat mij betreft heeft het ontwaken betrekking op de diepgaande realisatie dat je niet de persoon bent, waar je al die tijd mee geleefd en gezocht hebt, maar dat je het onpersoonlijke grenzeloze tijdloze bewustzijn bent, waar in 'jouw' persoon en de ganse wereld waarin deze leeft wordt waargenomen.
Je bent opgegroeid met de wetenschap dat je bestaat uit vormen en ook de wereld is te onderscheiden in oneindige hoeveelheid vormen.
Wanneer eenmaal het zoeken begint naar wie je werkelijk bent (er is kennelijk een autonome drang naar het willen kennen van de waarheid) is de grootste ontdekking dat alles wat je kent GEKEND wordt, maar dat dat kennen geen persoonlijk bezit is van de persoon. De persoon en de wereld worden er vanuit een verborgen tegenwoordigheid door gekend.
Je komt er achter dat zonder dit kennen helemaal geen jij en een wereld kan bestaan, immers hoe zou je daar weet van kunnen hebben? 

De ommekeer (of bekering) vindt plaats wanneer je je gaat richten op wie jou en de wereld waarneemt.
Je vindt niets, want het zien kan zichzelf niet zien. Zien is geen functie, geen ding, vereist geen inspanning. Het IS. Het heeft geen kenbare oorzaak en het heeft geen kenbare hoedanigheid.
Het bestaat dus niet in de wereld der vormen, maar heel die wereld der vormen wordt er keuzeloos door gezien...
Het totaal verborgene, het totaal onkenbare kan dus nooit een aan de persoon toegevoegd attribuut zijn bij zelfrealisatie. Het kan nooit een ervaring zijn en het kan nooit ten eigen bate worden gebruikt. Je hoeft er als persoon geen aparte naam bij aan te nemen en je hoeft er geen speciale kleding voor te dragen.
Je bent het, maar niet als persoon, en je komt er nooit van af, en daarmee is de illusie van het eigenaarschap van de persoon verdwenen. En dat heet dan bevrijding of zelfrealisatie. 

Maar ja, zodra je begrippen gaat plakken aan het onkenbare ontstaan er toch weer verwachtingen en  ideeën over wat je dan dient te ervaren en het bestaan van gradaties. De één is dan verder dan de ander, die er zogenaamd nog niet werkelijk is. Dat alles bestaat er domweg in werkelijkheid niet. En de belangrijkste toets van het misverstand dat de persoon 'Verlicht' is, is louter het zien van alles wat er mee zou samenhangen zoals bliss, geluk, verhevenheid, heiligheid en wat dies meer zij. Dat zijn allemaal tijdelijke verschijnselen die opkomen en verdwijnen en dat alles worden intentie- en moeiteloos gezien.

De conclusie is dat alles wat er gezien wordt nooit datgene is wat je bent, en wat je werkelijk bent nooit gezien of ervaren kan worden.
Verlichting 'kwijt' raken is dus een foutief idee op basis van foutieve veronderstellingen van wat zelfrealisatie werkelijk inhoudt.   


zaterdag 7 juni 2014

Wie ben ik nu werkelijk?


Je kan veranderingen waarnemen omdat je zelf onveranderlijk bent
Je kan tijd waarnemen omdat je tijdloos bent
Je kan ruimte waarnemen omdat je geen ruimte bent
Je kan objecten waarnemen omdat je geen object bent
Je kan gedachten waarnemen omdat je geen gedachten bent
Je kan emoties waarnemen omdat je geen emotie bent
en alles dat je kan waarnemen via de zin(zijns)tuigen ben je dus niet werkelijk.
En wat je wel bent, dat-wat-alles- waarneemt, dat is onwaarneembaar, en toch is er weten van er-zijn.
Maar dat weten kan niet gekend worden als een 'iets'
Alles wat gezien wordt verschijnt (kan alleen bestaan) in tijd-en ruimteloosheid: wat zegt dat over dat wat gezien wordt?
..................................
Zoek geen ant-woord (tegen-woord, antwerde) in woorden.
En verblijf zelf als dat-wat-is.

Rob,  juni 2014

p.s. antwerde betekende ooit: tegenwoordigheid.....persoon.....
Het enige juiste antwoord is dus tegenwoordigheid..... alleen-maar-nu-zijn
Maar het denken wil altijd méér. Het accepteert het onverklaarbare niet. Wel.... geef het dan een bak vol kluiven: Cryptisch, Duister, Enigmatisch, Hiëroglifisch, Mysterieus, Mystiek, Nevelig, Obscuur, Ondoorgrondelijk, Raadselachtig, Sibillijns, Wonderlijk  en laat het verder
Bronnen, o.m.:
               http://www.complete-encyclopedie.nl/

dinsdag 22 april 2014

Einde aan het uitleggen.

Ik zag ergens op internet een bespreking van deze blog en er werd geopperd waarom ik er mee stopte. Ik zou moe zijn. Maar zo nu en dan een stukje schrijven leidt echt niet tot een verdere uitputting. Er was en is wat anders aan de hand. Maar ik kon het zelf nauwelijks uitleggen. Ik heb daarom hier nog een poos gewacht tot ik een poging kon doen om te formuleren waarom elke uitleg zichzelf uiteindelijk oplost.

Ik heb de laatste tijd geprobeerd uit te leggen dat je uiteindelijk uit komt op een aantal conclusies, die verder door gaan met uitleggen (door wie en aan wie???) heel moeilijk - zo niet onmogelijk-  maken, en die de teksten die er tot nu toe geschreven werden in het luchtledige doen hangen:
  • het besef dat je in wezen het onkenbare zien bent: je bent het zien van jouw ogenschijnlijk unieke persoon, zijn/haar denken en emoties en de wereld waarin de persoon leeft. Dat zien ziet en er is geen enkele directe aanwijzing dat er vanuit het zien gereageerd wordt op wat gezien is. Elke ogenschijnlijke reactie vindt altijd in de vorm plaats. 
  • de vormenwereld is voortdurend in beweging en er valt geen doener of eigenaar er van aan te wijzen
  • ook gedachten zijn louter vormen (concepten, samengestelde klanken) die in bewustzijn (zien) verschijnen. "Ik denk niet, maar er is zien van kant en klare gedachten."
  • zonder gedachten die vormen benoemen via concepten heeft de wereld van vormen geen betekenis: zonder het benoemen van vormen bestaat er geen onderscheid tussen wat dan ook. Geen 'ik' en geen 'ander(en)'.
  • ook de zoektocht bevindt zich dus op dit niveau. Vragen en uitleg vereisen de aanwezigheid van concepten en van een tweedeling tussen vragensteller en beantwoorder. Kortom zolang het spirituele pad zich op conceptueel niveau bevindt blijft het dualiteit en dus relatief (nooit echt waar). Iets dat moeiteloos in het Zien gezien wordt
  • De sprong vanuit dat duale niveau naar Eenheid (allemaal weer relatieve concepten) kan dus nooit vanuit dit duale (vormen) niveau gerealiseerd worden.
  • Wanneer je dit gezien hebt blijft er alleen maar keuzeloos zien of zijn over, maar ook dit kan niet gedaan worden. 
  • Je moet uit 'tijd' gaan, en het Enige wat niet in 'tijd' is, is conceptloos, tijdloos gewaarzijn zelf.  
  • Er kan alleen maar 'niet gezocht' worden, het vanzelf opgeven van alle 'willen' en 'doen', het opgeven van de persoon en zijn intenties. 
  • En ook dàt kan 'je' niet doen. Die 'je' is louter een gedachte, een idee. Dat zie je door het te zien hoe het denken steeds weer een hoofdpersoon creëert. En die gedachten ben je ook niet. Er is feite niemand die wilsmatig iets werkelijks kan doen.
  • Einde van de zoektocht....
Wat er ook verder in het leven van de persoon gebeurt is wat er gebeurt, waarin er geen echt substantieel  'ik' is die de motor is van die gebeurtenissen en die in de positie is om alles afdoende te verklaren. Er is alleen een verwijzen naar het vormloze zien mogelijk, waar niets gevonden kan worden omdat het zien zelf onkenbaar is.

p.s. iemand was van mening dat ik mij op de blog buiten de 'anderen' & de wereld verplaatste. Nee hoor. Dat kan dus niet. Er is louter zien van het hele spel waar een schrijver 'anderen' probeert te bereiken. Dat is net zo echt of niet echt als alle verhalen die gezien worden.
p.s. 2 er kan nog steeds gereageerd worden, maar steeds weer bakt Google mij een poets en zijn al mijn instellingen  opnieuw verdwenen

vrijdag 28 februari 2014

Veel over Niets (niettemin een update)


Een tijd lang is er geen zin meer uit mijn pen gevloeid. Zo nu en dan kwamen er -meest 's nachts flarden, die het 's ochtends vertikten om op de pc getikt te worden. De ervaring of het inzicht kon niet uitgedrukt worden. En in wezen nooit niet. Maar dat is nu eenmaal de beperking van een geschreven bron. Ik heb weer wat kruimels bijeengeveegd. Onderstaande teksten kunnen dus nooit 'waar' zijn.

Wanneer eenmaal kristalhelder is ingezien dat de zoeker (het zoeken) zelf het Gezochte is, valt er niets meer te doen of te zeggen. Ofwel jij bent nu al (en altijd) het gewaar-zijn, dat je (als gewaarzijn) direct ervaart als de zekerheid dat je bestaat. Dat hoef je voor jezelf niet eens met woorden te bewijzen.

De persoon die je dagelijks meemaakt wordt constant gezien door wat je wezenlijk bent. Jij bent dat onschendbare zien. En alleen zien ofwel gewaarzijn kan gewaarzijn van zijn gewaarzijn. De persoon (ofwel het denken) kan daar alleen maar concepten aan toevoegen.

Er bestaat in werkelijkheid geen relatie in tijd en ruimte als 'de waarnemer - het waarnemen - het waargenomene' :
  • de waarnemer en het waargenomene kunnen niet zonder het waarnemen bestaan
  • het waarnemen is ogenblikkelijk en niet-intentioneel. Het IS er.
  • de waarnemer en het waargenomene zijn pas herkenbaar door het gebruik van concepten, die alles opdelen in een ik en ander
  • de waarnemer en het waargenomene zijn één en het zelfde.
  • er kan geen tijd en ruimte tussen de waarnemer en het waargenomen bestaan: alles is vervat in het waarnemen (en het lidwoord 'het' lijkt er weer een 'iets' van te maken, wat het nooit kan zijn). 
  • zonder objecten is er geen weet van waarnemen. Het tijdloze kan weliswaar nooit compleet 'uit' staan, maar het heeft dan geen kennis van zichzelf als dat is bij het zien van fenomenen. En ook hier weer kunnen woorden er niet bij. Wat niets is kan nooit uit staan, maar ook nooit aan staan. Het gaat voorbij aan alle aanduidingen.
Wanneer er werkelijk fundamenteel ingezien is dat juist de aanwezigheid van de zoeker (ofwel de waargenomen persoon of het denken) het 'vinden' in de weg zit, valt er niets meer te doen of te zeggen.

Het 'vinden' bestaat uit het verdwijnen van de zoeker.  Er wordt dan nooit 'iets' gevonden dat door een ander 'iets'(de vinder) verwoord of doorgegeven kan worden... Aan wie? 

Verlichting of ontwaken is dan ook geen ervaring, want er is niemand die de veronderstelde ervaring kan hebben en er valt niets te ervaren of te verwerven.

Wanneer ingezien is dat er niemand is die zelf iets kan doen, kan er niets meer gedaan worden anders dan slechts te zien wat zich ontrolt in het leven der vormen. 

Wanneer ingezien is dat concepten slechts labels zijn voor verschijnselen die voortdurend in beweging zijn en dus nooit 'ik' of 'jou' kunnen zijn, is er alleen zien (kijken).

Wanneer eenmaal ingezien is dat elke zin die begint met 'ik' door jou als werkelijke Realiteit (onveranderlijke tegenwoordigheid) gezien wordt, weet je dat in de wereld van de veranderende vormen niets wezenlijks te vinden valt.

Elk idee (dat onmiddellijk gezien wordt) dat jij vanuit de vorm (ook slechts een object dat wordt  waargenomen) inzicht kan krijgen in het zien (gewaar-zijn) zelf, kan je laten varen.

Elk idee dat de 'je' in deze laatste zin het gezochte echte 'mijzelf' is kan je ook laten varen. Alles wat je ziet, kan je nooit wezenlijk zijn, al kan je ook niets uitsluiten.

Wat het echte 'Mijzelf' is, zal je nooit en te nimmer kunnen waarnemen.
Zelfs het Enige Subject zelf kan zichzelf niet waarnemen, aangezien het het waarnemen zelf is. Het kan nooit en te nimmer van zichzelf een objectief (en dus waar te nemen) element bevatten.

Er kan nooit wat wezenlijks over dat-wat-je-bent gezegd worden aangezien de Realiteit vormloos & tijdloos is en geen concepten bevat.

Ik kan hier alleen uitgaan van mijzelf als het onkenbare maar onontkenbaar tegenwoordige er-zijn. Er is geen punt in ruimte of tijd waar ik aanwezig of niet aanwezig ben.

Het idee dat er een ander bestaat, hangt samen met de aanwezigheid van 'mijn' objectieve persoon, die andere objectieve personen ontmoet.  Mijn persoon is net zo min Mijzelf als alle andere personen. Het zijn op zijn hoogste vormdeeltjes van het geheel der vormen. Maar ook deze laatste zin is weer onzin.

Bewustzijn kan nooit verklaard worden. Alle pogingen het te verklaren gebeurt vanuit het relatieve, vanuit de positie van de waargenomen vormen. Dat kan uiteraard nooit. Het gekende kan zijn onkenbare bron niet kennen. Het gekende heeft n.l. geen eigen bewustzijn van zichzelf. Het bewustzijn dat het gekende het weten van er-zijn geeft, is het Enige kennende Bewustzijn.

Er is weten van weten omdat er weten is. Ofwel: weten heeft weten van zichzelf. Maar nooit als 'ding'. 

Of in een andere vorm: je hebt geen bewustzijn, maar je BENT bewustzijn.

Ieder bewust object ziet (of leeft in) zijn eigen wereld. Dit alleen al roept de vraag op of er wel één gemeenschappelijke wereld bestaat. Die vraag kan het object 'mens' nooit beantwoorden omdat deze nooit in staat is buiten zijn eigen bewustzijnssituatie (ofwel zijn eigen wereld) te treden om het leven van een ander te betreden.

De term 'Ik' heeft nooit betrekking op het geobserveerde mijzelf. Ik ben onkenbaar maar onontkenbaar.  

Nog wat kruimels op de lege tafel:

Het uitlegmodel van een leraar en een leerling is dus ook maar een vormaspect. Er is niet-iemand die wat aan een 'ander' niet-iemand kan overdragen. Desondanks gebeurt dit, maar nooit vanuit de uitwisseling van woorden.
Zelfs de beroemde zin "Niet ik leef het leven, want het leven leeft mij" bevat al een cruciale fout: er is geen 'mij' die geleefd wordt. Alles is enkel ongedeeld Nu. Er staat niemand voor en er zit niemand achter.

Wanneer gezien is dat het leven (bewustzijn) enkel Nu is, zijn er geen verklaringen mogelijk, want verklaringen vereisen oorzaak en gevolg relaties die slechts in tijd kunnen optreden.

Waar geen tijd is, is ook geen ruimte, dus het verschijnen van een grenzeloos universum kan nooit meer zijn dan een illusie (zonder substantie) in het Zien. Daarom zeggen zenmeesters dat heel het universum in de punt van een naald kan zitten. Tijd en Ruimte zijn slechts concepten.

Alles bestaat slechts heden. Verleden en toekomst zijn slechts denkbeelden, zoals ook het woord 'heden'.

Alles en alles verschijnt in een mysterie dat geen tijd en ruimte (en dus geen centrum noch grenzen noch grootte) kent.

Termen als zien, weten, zijn, gezochte, het zelf, realiteit etc. zijn ook weer labels die geen enkele lading kunnen dekken. 


zondag 16 februari 2014

Huang Po


Er valt niets te doen om de Waarheid deel te worden.

Er is geen onafhankelijk levende persoon die Eenheid voor zichzelf kan realiseren door kennis en kunde.

Zelfs niets doen is geen oplossing. Alle inspanning om iets (objectiefs) te bereiken moet als vanzelf of door een grote onverwachte schok wegvallen.

Huang Po (die in woorden van de mysticus Terence Gray - ofwel: Wei Wu Wei - nooit objectief bestaan heeft) zei o.m. daarover het volgende:
Alle Boeddha's die in de wereld opereren verkondigen niets anders dan de Ene Geest. Zo
droeg Gautama Boeddha stilzwijgend aan Mahakashyapa de leer over dat de Ene Geest, de substantie van alle dingen, samenvalt met de Leegte en dat de hele wereld van verschijnselen ervan vervuld is. Dit heet de Wet van Alle Boeddha's. Jullie kunnen erover redetwisten zoveel als je wilt, maar hoe kun je zelfs maar hopen de waarheid te benaderen via woorden? En het valt niet subjectief en niet objectief waar te nemen. Volledig inzicht kan jullie dus slechts ten deel vallen via een onverklaarbaar mysterie.
De weg daarheen heet de Poort van Handeling overschrijdende Stilte. Als je dit wilt begrijpen, weet dan dat er een plotseling besef ontstaat wanneer de geest is gezuiverd van alle rommel die verstandelijke, analytische gedachten-activiteit met zich meebrengt. Wie de waarheid zoekt door middel van verstand en kennis, raakt alleen maar verder verwijderd ervan. Pas als je gedachten ophouden zich links en rechts te vertakken, pas als je elke idee van iets zoeken opgeeft, pas als je geest kalm is als hout of steen - dan pas zul je je op weg naar de Poort bevinden.  
Het boek waar voortdurend op dit inzicht gehamerd wordt kan gratis worden gedownload op:

http://info.stiltij.nl/publiek/vertaal/huangpo.pdf

maandag 13 januari 2014

Het Einde van het Sp(r)ookje (van verlichting)


Je kan nu in 1 seconde Boeddha zijn.


Er is niemand die verlicht kan worden.

Dit soort waanzin bestaat alleen door het geloof in taal.

Elk onderscheid gecreëerd door concepten - tussen ik en een ander, tussen dit en dat, tussen daarnet en straks, tussen dualiteit en non-dualiteit - valt weg wanneer taal wegvalt.

Geen Boeddha (is ook maar een idee) = geen Doel (is ook maar een idee) = geen Weg (is ook maar een idee).

Taal is de grote verdeler.

Taal is de enige verdeler.

Taal vereist het geloof in de waardebepaling van gedeelde en verdelende klanken (woorden, concepten).

Zonder taal, zonder concepten, zonder een geloof in de waarde van het verdelend onderscheid d.m.v. klanken is alles Een.

En zelfs dàt niet.

Want Een is ook weer een (verdelend) begrip. Geen-Twee (a-Dwaita) ook. Elke uitleg verdeelt per definitie.

Er is alleen wat-onmiddellijk-is-zonder-verdelende-concepten

Wil je een Buddha (absolute onkenbare niets)  zijn kan dat nu in één oogwenk door buiten de taal te blijven. Laat alle woorden vallen. En zie wat over blijft.

Er is dan niemand meer die dat wil en kan uitleggen aan een ander of die dat van jou (die niet apart bestaat) wil (kan ) aanhoren.

Geen leraar - geen leerling





woensdag 1 januari 2014

Ik en de wereld


De wereld der vormen gaat zijn eigen gang.

Zij kan niet begrepen worden door ons (denken) omdat het denken er een onlosmakelijk onderdeel van is.


Het (duale) denken kan nooit en te nimmer ontstijgen aan de duale wereld. En dat ontstijgen is nodig om de dualiteit, de tegenstellingen van de wereld, te doorzien.

Het denken staat niet op zichzelf en is zeker niet een eigendom van de persoon, want de persoon bestaat louter uit denken.

Daarom kan de mens ook niets doen om zijn lot te veranderen, want in alles zijn de dingen al gebeurd voordat zij tot het persoonlijk bewustzijn doorgedrongen zijn.

De toekomst bestaat niet werkelijk en het verleden ook niet. Het zijn allemaal gedachten. Daarom leeft de persoon altijd in het imaginaire verleden. Het zien is nu, maar wat je ziet (wat herkend is) is al gebeurd, ligt al vast.

Maar jij bent niet wat gezien wordt maar dat wat ziet.

Het enige Nu dat bestaat is het zien dat geen deel uit maakt van de wereld. Alleen het zien kan aan de duale wereld ontstijgen.

Maar het Nu (het Zien) kan nooit een ervaring zijn.

Het is onkenbaar.


Het Zien kan dus nooit conclusies trekken in de vorm van woorden (want dan is er weer -het geobserveerde- denken).

Er is een weten dat buiten de taal verkeert.

Dat buiten de vorm verkeert.

Daar kan niets over gezegd worden.