maandag 2 januari 2006

Verlichting


Dit allereerste stukje werd op 2 januari 2006 geschreven in de tijd dat ik door 'Sailor' Bob werd wakker geschud. De zoeker staat zichzelf in de weg, maar anderzijds is er niemand die anders kan beslissen.

Het zoeken naar 'iets' dat Verlichting heet veronderstelt dat wij iets missen, dat - eenmaal gevonden - een grote beloning met zich mee zal brengen. Het zoeken is een garantie voor het niet kunnen vinden. Met het zoeken wordt een doel en een weg er naar toe in de tijd gesteld, en daarmee stappen wij uit het tijdloze heden en in de tijd.

Wat wij zoeken ìs wat nu is!

Op dit ogenblik functioneren miljarden cellen met als doel allerlei functies in ons lichaam in stand te houden, op te bouwen, af te breken of te herstellen. Wij zelf doen daar niets aan. Alles gebeurt. Ons haar groeit en ons hart klopt zonder dat wij dat in de gaten hoeven te houden, laat staan dat wij ook maar enigszins weten hoe alles werkt. De natuur om ons heen groeit en bloeit, sterft af en komt weer op, zonder dat wij ons er mee hoeven te bemoeien. De alles scheppende intelligentie is voortdurend in actie.

Dit alles wordt gezien door 'ons'. Dankzij ons 'kennen' is er weten van ons bestaan. Dit Kennen, dit Bewustzijn is de waarheid die wij zoeken. En dat Bewustzijn zijn we al. Immer werkend in stilte, altijd (zogenaamd) met ons meegaand.

De werkelijke relatie is omgekeerd. Ik als persoon in een wereld verschijnen tegelijk in Dat-wat-is.

Wij zoeken dus geen Ding, maar Dat waar de dingen in verschijnen.

Er zijn geen grootse ervaringen nodig als bewijs van de realisatie van dit feit. Er kan een subtiel gevoel zijn, dat zich altijd verbergt achter de dingen van de dag. Maar ook dat subtiele gevoel wordt waargenomen. En wat je waar neemt kan je nooit zelf zijn, want wie zou dat kunnen waarnemen?

Het beste bewijs van het Het gevonden hebben is het als vanzelf beëindigen van het zoeken.

Vaak ook voorafgegaan door een schaterlach, op het moment dat wij inzien dat we er altijd overheen hebben gekeken.

Na dit inzicht kunnen we maar beter ophouden met lezen, nadenk en en redeneren.

Maar ook die aanwijzing is onzin, want er is niemand die beslist wat te doen of na te laten.

We laten nu alles zijn gang gaan en zelfs dàt doe je niet....

Leven