zaterdag 25 juli 2015

De ironie van zelfonderzoek

c. Schets, R. Ek (geen zelfportret!)



De ironie van zelfonderzoek is dat het in principe zo eenvoudig is, wanneer je maar niet toelaat dat het denken het allemaal wil gaan uitleggen, het in conceptuele kaders onderbrengt, tegenwerpingen gaat maken en alternatieven gaat aandragen. Je storten in 'nonduale' discussies is al helemaal hopeloos. Je raakt vrijwel zeker verstikt in conceptuele haarballen.
Zelfonderzoek houdt in dat je in je zelf zoekt naar wie je werkelijk bent.
Je keert als het ware dan de blik 180 graden om en kijkt alleen. 
Meer is het niet.
En dan ontdek je dat er niets te zien valt en je het zien zelf bent.
Dus die 180 graden omkeren is ook maar een idee. Dat kan helemaal niet, aangezien je wil afdwingen dat bewustzijn op zoek gaat naar zichzelf.

Je kan n.l. alleen datgene waarnemen dat verschilt van jezelf.

Je kan geluid waarnemen omdat je absolute stilte bent
Je kan geuren waarnemen omdat je reukloos bent
Je kan dingen proeven omdat je zelf smakeloos bent (!)
Je kan dingen waarnemen omdat jezelf onwaarneembaar bent.
Je kan beweging waarnemen omdat je zelf bewegingsloos bent
Je kan ruimte waarnemen omdat je niets met ruimte te maken hebt.
Je kan tijd waarnemen omdat je tijdloos bent 

De kenner kan zichzelf niet kennen omdat er geen eigenschappen zijn, er geen concepten zijn die jouw wezensgrond kunnen vastleggen. 
Het enig bestaanbare subject (er kan maar één Niets zijn) kan zichzelf niet als object projecteren teneinde zichzelf te kunnen kennen.
Dus niets van datgene wat je kan waarnemen, kan je zelf in essentie zijn. 
Daarom zijn begrippen als verlichting onzin. Wanneer alles is afgestreept blijft alleen de onkenbare kenner van dit kennen over, en daarvoor heb je geen bewijs of begrip nodig. Want je weet onweerlegbaar dat je bent, maar nooit wat je bent. Je moet er maar aan wennen dat je niets bent en er niets over weet.

Niemand die je tegenkomt beschikt over een persoonlijk zelf. Wij en zij hebben geen (individueel) bewustzijn. Er is Eén Bewustzijn dat alles omvat, dat alles is. 


woensdag 20 mei 2015

Diepe droomloze slaap


Eén van de grote raadsels bij de zelfwaarneming is de positie van de droomloze slaap.

Het weten van er zijn, het I am, is er dan niet, terwijl dat er bij het wakker zijn en het dromen wèl is.
Het 'ik ben' is het weten van zijn. En de persoon die na het ontwaken middels het denken gelijk weer wordt opgetuigd, is er dan ook (als waarneming)
Er zijn guru's die beweren dat zij in de Vierde Staat (Turyia) ook waarnemer zijn van de droomloze staat.
En er zijn er die zeggen dat dit niet kan: je kan nooit getuige zijn van jouw afwezigheid. Er is geen weten van zijn. Weten van zijn is bewust-zijn. Bewustzijn van er zijn.
En toch ga je in het algemeen niet met angst of paniek slapen. Nee, integendeel, je verlangt er naar en wanneer het niet lukt wordt je rusteloos en neem je vaak preventief een pilletje.

'Uit' staan wordt dus als een zeer wenselijk 'staat' beschouwd.

Het besef van al dat heerlijks (wat je dus tijdens de duur er van niet kan waarnemen) heb je 's bij het wakker worden. Dan is er een herinnering van heerlijk geslapen te hebben.

Gezien de diverse antwoorden is het dus de vraag wat er feitelijk gebeurt. Je kan feitelijk alleen maar af gaan op de eigen ervaringen.

Gedurende de diepe droomloze slaap denken wij dat er tijdens onze afwezigheid als 'Ik Ben' tijd verloopt. Je valt in slaap rond 23:00 uur en wordt rond 7:00 wakker, zegt de wekker. Iedereen zal ook het fenomeen herkennen dat je overdag plots 'weg' bent. Je wordt plots weer wakker en je hebt het gevoel uren geslapen te hebben, maar er is maar een kwartier voorbij gegaan. Maar omgekeerd kan het ook. Je bent in slaap gevallen tegen 24:00 uur en je wordt gelijk weer wakker. De klok echter wijst er op dat het al 6 uur 's ochtends is.. Hè..wàt????

Was je uit tijd en kom je ineens weer terug in tijd?

Dit denken aan de duur van slaap kan alleen plaatsvinden wanneer wij wakker zijn. Tijdens de droomloze slaap weten wij van niets. Wij staan uit en toch sterft het lichaam niet (en gebeurt dat wel is er geen weten van en is er geen ontwaken in een staat van waarnemen en denken. De oergrond van onze aanwezigheid, het Absolute, is tijdloos en blijft altijd. Of dat nog een soort van persoonlijk ervaring van de overledene toestaat kan niet beantwoord worden. Het Absolute heeft weet van zichzelf -omdat het bewustzijn is- maar hoe dat zonder ervaring ervaren wordt kan m.i. bij leven en welzijn niet gekend worden).

Is de diepe droomloze slaap te verklaren door het gelijk te stellen aan het Absolute, de tijd-en ruimteloze non-dualiteit?

Dan is er geen tijd. Het moment van inslapen (het afwezig worden)  kunnen wij nooit waarnemen en dus ook niet herinneren. De tijd tot het ontwaken maken wij ook niet mee als waarneming. En het wakker worden is dus ook plotseling. Pas wanneer het 'licht' aangaat is er weer kennen of weten en wordt het denken weer actief.

Wanneer de diepe droomloze slaap niet kan worden waargenomen is er dus helemaal geen tijd of ruimte. Er is helemaal geen tijdspanne tussen inslapen en ontwaken, al zegt de wekker dat dit wel zo is.

Deze conclusie schopt dus heel ons wereldbeeld omver. De wereld bestaat enkel wanneer wij wakker zijn en de wereld der dromen ook.

De wekker staat voor de illusoire tijd in een illusoire wereld waargenomen door een illusoire persoon, waar in een continuüm van tijd-ruimte in stand gehouden wordt door herinneringen, huidige beelden en toekomstige projecties. De wereld is er louter door het denken. Toen Krishnamurti zijn leven lag er op hamerde dat "Jij bent de wereld" dachten zijn toehoorders dat dit een metafoor was. Nee, hij bedoelde dat letterlijk (in mijn droom van de wereld).

In veel geschriften wordt ook gesteld dat de stilte tussen woorden, tussen gedachten ook het altijd aanwezige 'I am' is. Tijdens de woorden verschijnen de woorden in die stilte. Muziek zou bijvoorbeeld zonder stilte ook niet mogelijk zijn.
Er gaan er zo ver die de stiltemomenten zien als de tegenwoordigheid van het Absolute zelf, het Zelf.  En ieder die deze stilte zoekt en aantreft, weet dat stilte nooit een 'echte' waarneming kan zijn. Er is altijd geruis van binnen het lichaam uit of van buitenaf.

De echte stilte is de totale afwezigheid van fenomenen. En is er dan wel een waarnemer?

In wezen is stilte het scherm waar alle beleving op geprojecteerd wordt, maar vergeet deze woorden. Stilte is afwezigheid. Daarom kunnen wij de diepe droomloze slaap ook niet als een periode van stilte benoemen. Alles staat uit. Er is geen waarneming, er worden geen herinneringen opgeslagen. Ik ben er niet als bewust zijn. Er is dus ook geen 'ik' meer. Alleen maar leegte, no-thing, niets.
 
Er valt niets over te zeggen, net zo als over het Absolute wat het uiteraard ook IS. Maar dan voorbij alle taal.



Rob

maandag 13 april 2015

Vroeg zelfonderzoek




"Rob",  waar ben je?

"Hier! Mam"

"Ja, waar is hier?" riep mijn moeder dan, vruchteloos zoekend.

"Ja, hiero! "

Ineens zag ik haar. En zij mij!

"Verd.rie. had je niet gelijk kunnen zeggen dat je hier was?"

"Ja, maar dat riep ik toch, dat ik hier was?"

Als jongetje van 6 of 7 (of later)  wist ik dus al dat ik altijd hier was.

Nooit daar!

Ja, ik was daarnet daar, waar mijn moeder mij tevergeefs zocht, maar toen was daar voor mij hier.

En nu is hier geen daar.

Dat had dus met tijd te maken. Van hier naar daar en weer terug.

Ja, je zult als moeder maar zo'n kind hebben…..

Ik kan alleen maar hier zijn, waar ik nu ben.


Ik zat toen vaak na te denken over dat altijd hier zijn.  Er was iets geks.
Wanneer ik hier naar school liep bewogen alle gebouwen om mij heen. 

          Ik liep naar voren, ofwel de gebouwen bewogen naar achteren......

Maar ja, voor de andere mensen moest dat ook gelden.

En wanneer je elkaar tegenkomt, botsen dan die gebouwen tegen elkaar?
Nee, dus, maar ergens klopte iets heel belangrijks niet!!
Mijn wereld beweegt met mij mee, maar de wereld van de anderen met hen!            
Dus bestond er wel één gezamenlijke wereld? Zie ik alleen mijn wereld?
Het duizelde mij inmiddels en ik liet dit probleem maar even schieten en dook weer het "hier" in.

V: Maar waar is hier exact dan hier?

A: Ja, eenvoudig: hier.

V: Kan je dat aanwijzen?

A: Ja, daar waar ik nu ben.

V: Ja, dat zei je daarnet ook al, toen je daar was.

Ik ging dus daar -waar ik net was- kijken:  "Ja, maar ik ben toch echt hier!" 

Hier had dus te maken waar ik mij op dat moment lichamelijk bevond, zeg maar van waaruit alle waarnemingen plaats vinden.

Maar hier is dan globaal te zien als aanwezigheid (veel later geduid als het Nu, of Tegenwoordigheid, Presence, het Zelf ....etc etc)

Maar daar -aan die lichamelijke aanwezigheid- zitten heel wat uitstulpingen aan, die ik vanuit hier kan zien of voelen.

Waar ben ik dan hier?

Is dat een 'punt' of blijft dat een globale -niet aan te wijzen- plek?

Ik ging het vrienden vragen: "Waar ben ju nu? Waar is de directiekamer?" 

Sommigen zeiden -wijzend op hun borst - "Hier!"

Anderen tikten op hun hoofd, hier ergens achter hun ogen en tussen de oren.

Een enkeling tikte op zijn/haar voorhoofd.

Anderen wezen op hun buik. Dat was erg Zen wist ik later.

Dus dat eenvoudige "hier" zijn, bleek op onverwachte problemen te stuiten.

Er is dus geen 'vast' hier voor anderen.

Voor mij zelf ging ik uiteraard ook verder met zoeken naar die plek

Ergens achter mijn ogen?

Ja, daar voel ik wat..achter mijn ogen.

O.k………ff kijken, ofwel voelen (de ogen konden niet naar binnen kijken en gingen vreselijk zeer doen) dat leek meer op leegte, ruimte

En vanwaar zag ik dat?

O ja, een plek net achter mijn hoofd

Is dat het dan? Een plek in de ruimte?

De plek waar je echt bestaat?

Uhm…  ja

Maar van welke plek zie ik dat dan?

Daar kwam dat gevoel van die ruimte weer

En vanwaar werd die ruimte waargenomen?

Weer  een verder gelegen -grotere?- ruimte! 

Er was dus geen eenduidig punt van waarneming!

Maar toch was ik altijd Hier!

Waren er grenzen aan die ruimte?

Nee, wie zou die kunnen waarnemen wanneer je alleen hier bent?!

Zodra ik er naar toe loop blijft het voor mij hier.

Dus was er een plek van ik-ben-hier binnen of buiten die ruimte helemaal niet mogelijk?

Ja, dat moest wel zo zijn, ruimte wordt door ruimte waargenomen.

Mijn hier was globale ruimte en er was geen binnen of buiten.

Geen centrum waar ik 'ik' tegen kon zeggen.

Ik was domweg hier! 

Hier was geen vaste plek in de ruimte.

En die niet te vinden plek was dus niet te duiden.

Het was dus een kwestie van aanwezigheid, er zijn op dit moment, en dat ook weten!

Dus van waaruit gezien/gekend wordt is het hier en nu.

Er kon dus geen afstand bestaan tussen en hier en ik. 
 
En wie of wat heeft daar weet van???

 
Tijdens de vele schooljaren, zelfs op hbs of universiteit kwam dit onderwerp "Waar ben ik? Wat ben ik?" NOOIT ter sprake. Wel waar alle veldslagen waren geweest. Of wat alle onregelmatige lidwoorden waren....om maar te zwijgen over de Schwere Wörter..."

Onvoorstelbaar.

Maar goed, dat heb ik inmiddels wel gecompenseerd.

Rob (voor mij hier, voor jullie daar, tenzij je dit nu leest en beseft dat je hier bent)