vrijdag 27 oktober 2017

Nondualiteit




Wanneer het denken ofwel de persoon het kennen in zijn centrale positie wil ontkennen zal het zijn eigen positie centraal stellen. Ik ben hier de baas. Ik doe het. Ik slaap, ik wordt wakker, ik eet , ik loop etc etc.

Maar dit alles wordt dus moeiteloos en niet-intentioneel ofwel automatisch gekend.

Het ik of het ego kan niet bestaan zonder dit kennen ofwel dit bewustzijn.
Zodra het ik zijn dominante positie bedreigd ziet zal het proberen het kennen ofwel te ontkennen of wel trachten het te sturen.

Maar het kennen is geen functie dat de persoon ten dienste staat. Bewustzijn Is er. En zonder dat is er niets of is er geen weten van iets.

Ook wanneer je dit allemaal ontkent, wordt dit onmiddellijk gekend (ofwel gezien of waargenomen)

Je kan je niet meester maken van dit kennen door het te ontkennen.

Ook het ontkennen wordt gekend.

En waarom is dit alles van groot belang bij het kunnen begrijpen van de spirituele weg die moet leiden naar Zelfrealisatie?

Waarom kan het kennen (al worden er vele namen aan gekoppeld) niet ontkend worden? Omdat het er altijd is. Je weet dat je bent, dat je bestaat, omdat je weet dat je bestaat. Dat is onontkenbaar. Je kan nooit weet hebben van jouw bestaan als er geen kennen is, zoals bij de droomloze slaap of bewusteloosheid.

Het kennen is geen vorm, geen fenomeen. Geen object, geen hoedanigheid. Het is geen eigenschap van iets of iemand anders. Je kan het je niet toe-eigenen.

Het is het leven of het zijn zelf, welk begrip er ook aan wordt vastgeplakt. Je verschijnt en verkeert er in. Het is het ultieme, het ene subject, het onzichtbare en ongrijpbare noumenon.


Heb je eenmaal ingezien of (minder) begrepen dat alles wat je denkt te zijn en denkt te doen immer automatisch gezien ofwel gekend wordt, kan je de kenner nooit claimen als jouw eigen ‘ik’ die zich met vrije wil kan ontfermen over ‘jouw’ leven.

„Ik leef niet mijn leven maar het leven leeft mij“ zei ooit een zenmeester.

Alles wat je meemaakt en ziet hoort ruikt proeft en voelt verschijnt in bewustzijn ofwel in onpersoonlijke kennen.

Kennen kan je niet kennen of herkennen omdat je dit in diepste wezen Zelf bent. Het blijkt het Uiteindelijke te zijn dat gezocht wordt. Het Onveranderlijke, het Tijdloze, het Ruimteloze. Het is er, maar is er nooit als een te vinden fenomeen. Duidelijk is dan gelijk dat het kennen nooit gevonden kan worden vanuit het gekende. Het object kan zijn subject nooit kunnen kennen.

De relatie is altijd omgekeerd en ten laatste zal zelf het onderscheid tussen kenner en het gekende verdwijnen. Het noumenon staat dan niet meer tegenover het fenomon. In non-dualiteit, wat in feite niets is, bestaat geen enkel onderscheid meer. Daar is ook geen taal meer en zonder concepten valt er niets meer te duiden of toe te lichten. Er heeft dus ook niemand toegang toe, want het is je wezenlijke natuur. En zelfs deze woorden kunnen het niet duiden. Het is ook niet elders, maar altijd hier, waar geen tijd of ruimte bestaan.

Dus alle pogingen om nondualiteit te willen gebruiken als een middel tot verheffing of verbetering van het persoonlijk leven zijn gebaseerd op een totaal onbegrip van wat non-dualiteit in houdt.

Zelfrealisatie kan nooit iets persoonlijks zijn. Het is de realisatie van het Zelf dat het zich abusievelijk gecommitteerd heeft aan de persoon, dus aan een tijdelijke verschijning.

En door dit onmiddellijk te zien is dat probleem opgelost.

Bewustzijn is tijd- en ruimteloos en nooit van of als een iemand.




.