zondag 12 oktober 2014

Subject en object



Ik heb eerder geschreven dat de realisatie dat het zoeken alleen met het objectloze zien gedaan kan worden en dat de daar op volgende realisatie dat 'wat gezocht wordt' onvindbaar is -dus objectloos, eeuwig verborgen, dus onkenbaar, dus ondetectbaar is- leidt tot de realisatie dat de zoeker (het zoeken) het Gezochte is. 

Zowel jijzelf - als de zoeker - blijkt even onvindbaar als dat wat je zoekt. Er blijft dus niets over!
Het oog kan zichzelf niet zien, dus het object kan nooit het subject zien. Dat komt omdat het subject niet (als waarneembaar iets) bestaat. Daarmee kan het object ook niet werkelijk bestaan, want een object kan niet zonder subject bestaan.

En als idee (concept) is het veronderstelde subject onmiddellijk een illusoir (niet werkelijk bestaand) object. In werkelijkheid moet er iets zijn (want er is zien), maar is er niets waarneembaar.
Zoeker, het zoeken en gezochte zijn geen drie maar Een. Maar er kan niets gezegd worden over de toestand van Een. Een is ook maar een concept, en concepten leiden tot ideeën die niets te maken hebben over wat ongrijpbaar - want taalloos - vermoed wordt. Nooit zal je in woorden kunnen omschrijven wat werkelijkheid werkelijk is, omdat er nooit een kenner kan zijn van het onkenbare.
Wat Verlichting of Ontwaken wordt genoemd kan dus nooit een toevoeging zijn aan de zoeker. Het is het einde van de illusie van het zelfstandig en werkelijk bestaan van de zoeker. Maar wat intuïtief gevonden wordt is niet nieuw want je was altijd al Dat. En Dat is niet kenbaar, ook voor zichzelf niet, omdat Dat geen ding is, geen vorm heeft, geen eigenschappen heeft….. niets dat beschreven kan worden. Er is geen subject dat ziet en dat derhalve gescheiden is van dat (het object) wat gezien wordt. Kortom wat gezocht wordt als ons ware 'ik' is Niet. 

En toch is er de conceptloze beleving van er-zijn.
Taal is niet bij machte dit raadsel op te lossen, want ook taal is een -relatieve- verzameling van immer waarneembare objecten (i.c. concepten).
Bij voorbeeld zeggen dat wij het Zijn zijn, komt ook weer voort uit ideeën, uit concepten. Zeggen dat het Zien is ook, al lijk je iets dichterbij te komen. Maar zolang er een 'je' is dat het ultieme inzicht wil realiseren blijf je tevergeefs kloppen op een niet bestaande deur. Een illusie (het 'ik' als waar te nemen object) kan nooit los staan van dat waar in het verschijnt. En dat waarin het verschijnt, kan zich nooit werkelijk opsplitsten in een kennend subject en een gekend object. 

Wat wij zijn kan dus nooit gekend worden. Wij kunnen er een gevoel voor krijgen door alles te ontkennen wat objectief wordt waargenomen. Tot het moment dat we ons realiseren dat er helemaal niet (een) iemand is die dit allemaal kan doen.
Dan zijn wij onmiddellijk (en altijd geweest) als Niet-Iets gelijk aan allen (alle veronderstelde anderen) die met ons (in de illusie) als vorm verschijnen en die niet afgescheiden (kunnen) zijn van Niet-Iets (wat tegelijkertijd is en niet-is).

Er kan tenslotte maar één Niets (niet-) bestaan.