zondag 19 september 2010

Waarnemer en waargenomene

ill. r.ek

In veel oefeningen -die ik heb gegeven of beschreven-  laat ik ervaren dat je als waarnemer nooit het waargenomene kan zijn. Je bent dus nooit de boom. Je bent dus nooit enig object, dat waargenomen wordt. Dit inzicht is vooral van belang voor de realisatie dat je dus ook niet jouw gedachten, emoties en lichaam kan zijn. En dan al gauw doemt de realisatie op dat je dus wèl het zien, het ervaren van alles moet zijn. Er is geen 'ik' dat ziet, er is alleen zien, waarnemen.

En dat wordt dan ook wel bewustzijn genoemd, of aanwezigheid, of tegenwoordigheid en alle namen die traditionele godsdiensten aan het Allerhoogste geven, Brahman, God, het Zelf, etc.

Dit Allerhoogste is onvindbaar. En dus onkenbaar. Het heeft geen plaats in ons of buiten ons. Waar zou je het moeten zoeken?

Het zoeken heeft uiteindelijk alleen zin door het beseffen dat het zoeken geen zin heeft. Het bewustzijn dat gezocht wordt heeft bewustzijn nodig om te zoeken. Zoals het oog zichzelf niet kan zien kan ook bewustzijn zichzelf niet zien. Het waarnemen kan nooit zichzelf waarnemen. Er is maar één bewustzijn.

Bewustzijn is geen ding. Het concept geeft het geen substantie. Het is geen object dat waargenomen kan worden. En toch is het de bron van alles wat wij waarnemen.

En deze laatste zin bevat een breuk met de voorbeelden waarin waarnemer en waargenomene een gescheiden positie kunnen innemen.

Alles wat gezegd wordt over non-dualiteit is immers paradoxaal.

Zowel de waarnemer (niet als de persoon dus, die wordt immers ook waargenomen) als het waarnemen blijken onvindbaar. Er is alleen waarnemen, bewustzijn, en dus niet de woorden die proberen een onbekende lading te dekken.

Waar plaatst dat ons? In het onmiddellijke mysterie van de waarnemende aanwezigheid. Wat IS dat IS (maar niet van ons als de waarnemer). De waarneming bevat de waarnemer, het waarnemen en het waargenomene als één onmiddellijk feit. Alles is Een. Om een berucht voorbeeld te herhalen: Geen golf kan los van de Oceaan bestaan. Alles is water.

Maar wat water, of wel bewustzijn is, zal nooit geweten worden. 

Het is zelfs zichzelf een onscheidbaar mysterie.

Maar deze zin kunnen wij alleen schrijven doordat wij concepten gebruiken.

Wij hoeven die slechts te laten vallen door de ontkenning van elk concept, en wat rest is wat je bent.