dinsdag 4 november 2014

Ageren & Re-ageren: De Gordiaanse Knoop

Het lastige van een openbare blog over een niet alledaags onderwerp als zelfonderzoek in de traditie van de Advaita Vedanta, dat zowel relatieve ‘beginners’ en ’uitgeprocedeerde’ die-hards de teksten en de discussies lezen en er op reageren en discussiëren.

Dan variëren de bijdragen tot praktische adviezen hoe je een zelfonderzoek kan uitvoeren en wat je daarbij kan verwachten, tot mededelingen dat er niemand werkelijk bestaat en dat ook de wereld waarin wij leven niet echt bestaat. Er is niemand die wat kan doen. De schrijver mag zelfs niet meer schrijven van sommigen, die dus zelf ook in reactie schrijven.... Maar de schrijver en de criticus bestaan niet werkelijk. Ook deze stukjes bestaan niet werkelijk.

Wat gebeurt hier dan toch?

Niets is wat het lijkt in Advaita.

De kern van de Advaita (welke concreet betekent: Niet-twee) houdt in dat alle vormen die wij waarnemen of kunnen ervaren niet-werkelijk zijn. Ofwel dat deze geen vast bestaan hebben en slechts er zijn omdat er de een of andere ongrijpbare oorzaak aan voor af gaat: het onpersoonlijke Zijn, of Leven, of............de duizenden woorden die in alle talen daarvoor verzonnen zijn.

Alles maar ook alles dat -hoe subtiel ook- kan worden ervaren, is niet wat werkelijk is, dus ook de schrijver en lezer hier niet.

Want een ervaring veronderstelt een subject, dat in staat is tot waarnemen; bewustzijn. En de realisatie van dat subject is het doel van de zoektocht.

Waarom wordt het zoeken zo’n ratjetoe van onbegrijpelijke uitspraken en redeneringen?

Omdat de zoeker bestaat bij gratie van het Gezochte. De zoeker is zelf een object in bewustzijn.
Omdat wat gezocht wordt niet als object gevonden kan worden.
Omdat het feit van het zoeken zelf ook niet gevonden kan worden.
Omdat het gebruik van de vele namen die aan het Gezochte worden toegekend het allemaal ook niet duidelijker maken.

Dus wat het het meest compliceert is, dat zowel de zoeker als de uitlegger deel zijn van Maya (het meetbare) en als zodanig niet de instrumenten kunnen zijn van het vinden.

Zoeken veronderstelt bewustzijn, gewaarzijn en wat gevonden zal worden is bewustzijn, gewaarzijn.

En -hoewel het louter woorden zijn, die iets aanwijzen wat als Enige (wat geen telwoord is) geen object kan zijn - bewustzijn is niet iets wat een doener (een object dus) kan doen of voor eigen doeleinden kan gebruiken......

De persoon, de doener, de zoeker zoekt naar een ‘iets’ terwijl hijzelf als zoeker een -tijdelijk bestaand- ‘iets’ is.

Zonder het feitelijk niet in woorden uit te drukken bewustzijn, is er niets. Geen persoon, geen wereld, geen zoeken. Er is alleen maar Zijn, er-zijn.

En dat is wat wij zijn. En Dat is wat geruisloos en vrijwel onopgemerkt deze woorden nu ziet. Dus zo ver weg is het ook weer niet. Het IS wat je in essentie bent: tijdloos, grenzeloos, eigenschaploos en vormloos.

En tegelijkertijd is er de ervaring van een zoeker die uit allerlei vormen van onvrede aan het zoeken is naar iets wat beter of aanvaardbaarder is dan het dagelijkse leven en die een taal gebruikt die in feite nauwelijks toereikend is voor de opdracht waar de zoeker zich voor gesteld ziet.

In wezen verschilt de ervaren wereld niet van de droomwereld. In het niet objectief bestaande Zijn verschijnen vormen die niet zelfstandig -zonder bewustzijn- kunnen bestaan. Wat wij zien en ervaren kan nooit een blijvend objectieve status hebben. Maar dat kan je uitleggen tot je scheel ziet, maar het is pas waar wanneer het waar is en toch is het nu ook al waar. Aan het eind van de zoektocht ontkom je niet meer aan de paradox dat de waarheid IS, maar onvindbaar is, dat de wereld niet werkelijk bestaat, maar dat deze er voortdurend als werkelijkheid lijkt te zijn, dat er dus niets gedaan kan worden om dat te realiseren omdat er niemand is die dat kan doen, maar dat er toch een stroom adviezen op (die niet werkelijk bestaande) je af komen hoe alles te kunnen realiseren.

Even snel reageren op één stukje of zelfs één zin, heeft dus weinig zin.

Je moet een weg zien te vinden waar geen ‘je’ is, geen ‘vinden’ en ‘geen weg’

Het denken, het verstand kan hier niets maar dan ook niets uitrichten.

Het gaat om de ontdekking van Datgene wat dit verstand middels de productie van gedachten altijd moeiteloos ziet, wat alles moeiteloos ziet.

En zelf onkenbaar is.