woensdag 1 januari 2014

Ik en de wereld


De wereld der vormen gaat zijn eigen gang.

Zij kan niet begrepen worden door ons (denken) omdat het denken er een onlosmakelijk onderdeel van is.


Het (duale) denken kan nooit en te nimmer ontstijgen aan de duale wereld. En dat ontstijgen is nodig om de dualiteit, de tegenstellingen van de wereld, te doorzien.

Het denken staat niet op zichzelf en is zeker niet een eigendom van de persoon, want de persoon bestaat louter uit denken.

Daarom kan de mens ook niets doen om zijn lot te veranderen, want in alles zijn de dingen al gebeurd voordat zij tot het persoonlijk bewustzijn doorgedrongen zijn.

De toekomst bestaat niet werkelijk en het verleden ook niet. Het zijn allemaal gedachten. Daarom leeft de persoon altijd in het imaginaire verleden. Het zien is nu, maar wat je ziet (wat herkend is) is al gebeurd, ligt al vast.

Maar jij bent niet wat gezien wordt maar dat wat ziet.

Het enige Nu dat bestaat is het zien dat geen deel uit maakt van de wereld. Alleen het zien kan aan de duale wereld ontstijgen.

Maar het Nu (het Zien) kan nooit een ervaring zijn.

Het is onkenbaar.


Het Zien kan dus nooit conclusies trekken in de vorm van woorden (want dan is er weer -het geobserveerde- denken).

Er is een weten dat buiten de taal verkeert.

Dat buiten de vorm verkeert.

Daar kan niets over gezegd worden.