maandag 13 januari 2014

Het Einde van het Sp(r)ookje (van verlichting)


Je kan nu in 1 seconde Boeddha zijn.


Er is niemand die verlicht kan worden.

Dit soort waanzin bestaat alleen door het geloof in taal.

Elk onderscheid gecreëerd door concepten - tussen ik en een ander, tussen dit en dat, tussen daarnet en straks, tussen dualiteit en non-dualiteit - valt weg wanneer taal wegvalt.

Geen Boeddha (is ook maar een idee) = geen Doel (is ook maar een idee) = geen Weg (is ook maar een idee).

Taal is de grote verdeler.

Taal is de enige verdeler.

Taal vereist het geloof in de waardebepaling van gedeelde en verdelende klanken (woorden, concepten).

Zonder taal, zonder concepten, zonder een geloof in de waarde van het verdelend onderscheid d.m.v. klanken is alles Een.

En zelfs dàt niet.

Want Een is ook weer een (verdelend) begrip. Geen-Twee (a-Dwaita) ook. Elke uitleg verdeelt per definitie.

Er is alleen wat-onmiddellijk-is-zonder-verdelende-concepten

Wil je een Buddha (absolute onkenbare niets)  zijn kan dat nu in één oogwenk door buiten de taal te blijven. Laat alle woorden vallen. En zie wat over blijft.

Er is dan niemand meer die dat wil en kan uitleggen aan een ander of die dat van jou (die niet apart bestaat) wil (kan ) aanhoren.

Geen leraar - geen leerling





woensdag 1 januari 2014

Ik en de wereld


De wereld der vormen gaat zijn eigen gang.

Zij kan niet begrepen worden door ons (denken) omdat het denken er een onlosmakelijk onderdeel van is.


Het (duale) denken kan nooit en te nimmer ontstijgen aan de duale wereld. En dat ontstijgen is nodig om de dualiteit, de tegenstellingen van de wereld, te doorzien.

Het denken staat niet op zichzelf en is zeker niet een eigendom van de persoon, want de persoon bestaat louter uit denken.

Daarom kan de mens ook niets doen om zijn lot te veranderen, want in alles zijn de dingen al gebeurd voordat zij tot het persoonlijk bewustzijn doorgedrongen zijn.

De toekomst bestaat niet werkelijk en het verleden ook niet. Het zijn allemaal gedachten. Daarom leeft de persoon altijd in het imaginaire verleden. Het zien is nu, maar wat je ziet (wat herkend is) is al gebeurd, ligt al vast.

Maar jij bent niet wat gezien wordt maar dat wat ziet.

Het enige Nu dat bestaat is het zien dat geen deel uit maakt van de wereld. Alleen het zien kan aan de duale wereld ontstijgen.

Maar het Nu (het Zien) kan nooit een ervaring zijn.

Het is onkenbaar.


Het Zien kan dus nooit conclusies trekken in de vorm van woorden (want dan is er weer -het geobserveerde- denken).

Er is een weten dat buiten de taal verkeert.

Dat buiten de vorm verkeert.

Daar kan niets over gezegd worden.