vrijdag 28 februari 2014

Veel over Niets (niettemin een update)


Een tijd lang is er geen zin meer uit mijn pen gevloeid. Zo nu en dan kwamen er -meest 's nachts flarden, die het 's ochtends vertikten om op de pc getikt te worden. De ervaring of het inzicht kon niet uitgedrukt worden. En in wezen nooit niet. Maar dat is nu eenmaal de beperking van een geschreven bron. Ik heb weer wat kruimels bijeengeveegd. Onderstaande teksten kunnen dus nooit 'waar' zijn.

Wanneer eenmaal kristalhelder is ingezien dat de zoeker (het zoeken) zelf het Gezochte is, valt er niets meer te doen of te zeggen. Ofwel jij bent nu al (en altijd) het gewaar-zijn, dat je (als gewaarzijn) direct ervaart als de zekerheid dat je bestaat. Dat hoef je voor jezelf niet eens met woorden te bewijzen.

De persoon die je dagelijks meemaakt wordt constant gezien door wat je wezenlijk bent. Jij bent dat onschendbare zien. En alleen zien ofwel gewaarzijn kan gewaarzijn van zijn gewaarzijn. De persoon (ofwel het denken) kan daar alleen maar concepten aan toevoegen.

Er bestaat in werkelijkheid geen relatie in tijd en ruimte als 'de waarnemer - het waarnemen - het waargenomene' :
  • de waarnemer en het waargenomene kunnen niet zonder het waarnemen bestaan
  • het waarnemen is ogenblikkelijk en niet-intentioneel. Het IS er.
  • de waarnemer en het waargenomene zijn pas herkenbaar door het gebruik van concepten, die alles opdelen in een ik en ander
  • de waarnemer en het waargenomene zijn één en het zelfde.
  • er kan geen tijd en ruimte tussen de waarnemer en het waargenomen bestaan: alles is vervat in het waarnemen (en het lidwoord 'het' lijkt er weer een 'iets' van te maken, wat het nooit kan zijn). 
  • zonder objecten is er geen weet van waarnemen. Het tijdloze kan weliswaar nooit compleet 'uit' staan, maar het heeft dan geen kennis van zichzelf als dat is bij het zien van fenomenen. En ook hier weer kunnen woorden er niet bij. Wat niets is kan nooit uit staan, maar ook nooit aan staan. Het gaat voorbij aan alle aanduidingen.
Wanneer er werkelijk fundamenteel ingezien is dat juist de aanwezigheid van de zoeker (ofwel de waargenomen persoon of het denken) het 'vinden' in de weg zit, valt er niets meer te doen of te zeggen.

Het 'vinden' bestaat uit het verdwijnen van de zoeker.  Er wordt dan nooit 'iets' gevonden dat door een ander 'iets'(de vinder) verwoord of doorgegeven kan worden... Aan wie? 

Verlichting of ontwaken is dan ook geen ervaring, want er is niemand die de veronderstelde ervaring kan hebben en er valt niets te ervaren of te verwerven.

Wanneer ingezien is dat er niemand is die zelf iets kan doen, kan er niets meer gedaan worden anders dan slechts te zien wat zich ontrolt in het leven der vormen. 

Wanneer ingezien is dat concepten slechts labels zijn voor verschijnselen die voortdurend in beweging zijn en dus nooit 'ik' of 'jou' kunnen zijn, is er alleen zien (kijken).

Wanneer eenmaal ingezien is dat elke zin die begint met 'ik' door jou als werkelijke Realiteit (onveranderlijke tegenwoordigheid) gezien wordt, weet je dat in de wereld van de veranderende vormen niets wezenlijks te vinden valt.

Elk idee (dat onmiddellijk gezien wordt) dat jij vanuit de vorm (ook slechts een object dat wordt  waargenomen) inzicht kan krijgen in het zien (gewaar-zijn) zelf, kan je laten varen.

Elk idee dat de 'je' in deze laatste zin het gezochte echte 'mijzelf' is kan je ook laten varen. Alles wat je ziet, kan je nooit wezenlijk zijn, al kan je ook niets uitsluiten.

Wat het echte 'Mijzelf' is, zal je nooit en te nimmer kunnen waarnemen.
Zelfs het Enige Subject zelf kan zichzelf niet waarnemen, aangezien het het waarnemen zelf is. Het kan nooit en te nimmer van zichzelf een objectief (en dus waar te nemen) element bevatten.

Er kan nooit wat wezenlijks over dat-wat-je-bent gezegd worden aangezien de Realiteit vormloos & tijdloos is en geen concepten bevat.

Ik kan hier alleen uitgaan van mijzelf als het onkenbare maar onontkenbaar tegenwoordige er-zijn. Er is geen punt in ruimte of tijd waar ik aanwezig of niet aanwezig ben.

Het idee dat er een ander bestaat, hangt samen met de aanwezigheid van 'mijn' objectieve persoon, die andere objectieve personen ontmoet.  Mijn persoon is net zo min Mijzelf als alle andere personen. Het zijn op zijn hoogste vormdeeltjes van het geheel der vormen. Maar ook deze laatste zin is weer onzin.

Bewustzijn kan nooit verklaard worden. Alle pogingen het te verklaren gebeurt vanuit het relatieve, vanuit de positie van de waargenomen vormen. Dat kan uiteraard nooit. Het gekende kan zijn onkenbare bron niet kennen. Het gekende heeft n.l. geen eigen bewustzijn van zichzelf. Het bewustzijn dat het gekende het weten van er-zijn geeft, is het Enige kennende Bewustzijn.

Er is weten van weten omdat er weten is. Ofwel: weten heeft weten van zichzelf. Maar nooit als 'ding'. 

Of in een andere vorm: je hebt geen bewustzijn, maar je BENT bewustzijn.

Ieder bewust object ziet (of leeft in) zijn eigen wereld. Dit alleen al roept de vraag op of er wel één gemeenschappelijke wereld bestaat. Die vraag kan het object 'mens' nooit beantwoorden omdat deze nooit in staat is buiten zijn eigen bewustzijnssituatie (ofwel zijn eigen wereld) te treden om het leven van een ander te betreden.

De term 'Ik' heeft nooit betrekking op het geobserveerde mijzelf. Ik ben onkenbaar maar onontkenbaar.  

Nog wat kruimels op de lege tafel:

Het uitlegmodel van een leraar en een leerling is dus ook maar een vormaspect. Er is niet-iemand die wat aan een 'ander' niet-iemand kan overdragen. Desondanks gebeurt dit, maar nooit vanuit de uitwisseling van woorden.
Zelfs de beroemde zin "Niet ik leef het leven, want het leven leeft mij" bevat al een cruciale fout: er is geen 'mij' die geleefd wordt. Alles is enkel ongedeeld Nu. Er staat niemand voor en er zit niemand achter.

Wanneer gezien is dat het leven (bewustzijn) enkel Nu is, zijn er geen verklaringen mogelijk, want verklaringen vereisen oorzaak en gevolg relaties die slechts in tijd kunnen optreden.

Waar geen tijd is, is ook geen ruimte, dus het verschijnen van een grenzeloos universum kan nooit meer zijn dan een illusie (zonder substantie) in het Zien. Daarom zeggen zenmeesters dat heel het universum in de punt van een naald kan zitten. Tijd en Ruimte zijn slechts concepten.

Alles bestaat slechts heden. Verleden en toekomst zijn slechts denkbeelden, zoals ook het woord 'heden'.

Alles en alles verschijnt in een mysterie dat geen tijd en ruimte (en dus geen centrum noch grenzen noch grootte) kent.

Termen als zien, weten, zijn, gezochte, het zelf, realiteit etc. zijn ook weer labels die geen enkele lading kunnen dekken.