vrijdag 18 januari 2013

On-zen?


In kringen van Zen worden zoekers - vooral in de vorm van monniken - voortdurend door hun Meesters voor ogen gehouden dat ze er nog zijn, wanneer ze er nog niet zijn. 

De eerste samadhi's en satori's zijn of lijken slechts doorbraken vanuit het nagestreefde: Indrukwekkende en hoopgevende ervaringen, maar meer ook niet. De waarschuwing is steeds: Stop hier niet! Ga door. En hoe door te gaan? Dan komen er een verwarrende reeks aanbevelingen die de strekking hebben of helemaal niets te doen of alle energie de je hebt in te zetten om tot de uiteindelijke doorbraak te komen. Anders ben je weer lichtjaren verwijderd van jouw doel en verval je weer voor eonen in de hel. Je hebt het Nirwana gemist.

Dat is trouwens bangmakerij. Waar moet dat Gezochte dan wel uit bestaan? In het moment dat je oog in oog staat met alle Boeddha's die er ooit waren? En wat bepaalt dan dat moment? Waar moet je aan voldoen?

Er doet zich mijn inziens hier iets merkwaardigs voor. Allereerst zijn deze boodschappen gericht aan leerlingen die jaren (tot decennia) lang zijn voorgehouden dat er geen zelfstandige i(d)-entiteiten ofwel ik-entiteiten bestaan. Dus wie treft zowel het verwijt als de beloofde straffen? Niemand, ofwel een niet bestaand iemand.

Voorts, wat is dan 'Dat' wat de uiteindelijke satori realiseert (want het moet duidelijk zijn dat er niet een iemand is die zich hier iets in kan realiseren). 

Het denken (waaruit de persoon bestaat) kan zich geen enkele voorstelling maken van iets dat onpersoonlijk, conceptloos en niet-twee is.Naar mijn opvatting (dus door niemand bedacht) is dat antwoord het oplossen van 'de illusie dat de zoeker een zelfstandig (bestaand) wezen is, dat is afgescheiden van zijn omgeving en bron.' Er is alleen bewustzijn.

De waarheid is onveranderlijk en eeuwig valt in alle geschriften te lezen. Onveranderlijk want in afwezigheid van ruimte en eeuwig (altijd nu) in afwezigheid van tijd. 

Wat kan daarin bestaan?

Stel nu eens een situatie voor waar je geen woorden, geen concepten kent. Streep maar eens een paar minuten alle woorden weg die in je op komen. Geen enkel woord heeft enig nut. Weg er mee! Dan is er de opdracht: Zeg met alle kracht Stop! tegen de gedachten. Wat blijft over wanneer er geen enkel woord is om jouw situatie te beschrijven?

Helemaal niks anders dan woordeloos onpersoonlijk aanwezig (present) zijn. 

Je 'bestaat', maar niet als een iets. Er valt niets over te zeggen. Geen tijd, geen ruimte, geen ik, geen ander, geen taal, geen ideeën, geen kennis, geen wereld. Kortom de enige toestand die onbeschrijfelijk (want geen woorden) en onveranderlijk (geen tijd) is. 

Daar waar je gelijk bent aan alle Boeddha's die er ooit waren, die altijd hebben gezegd dat de hoogste wijsheid niet-denken (waarin niets afzonderlijks kan bestaan) is.